ECLI:NL:RBDHA:2023:1684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij beroep na verlening verblijfsvergunning asiel
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen op grond van artikel 29 eerste Pro lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen dit besluit omdat zij erkend wilde worden als verdragsvluchteling op de a-grond, mede vanwege moreel rechtsherstel en psychosociaal belang.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep omdat zij reeds een vergunning bezit die dezelfde rechten en voordelen biedt als een vergunning op de a-grond. Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat doorprocederen op een andere verleningsgrond niet tot een gunstiger rechtspositie leidt.
Hoewel eiseres aanvoert dat erkenning op de a-grond positief zou bijdragen aan haar emotionele herstel en integratie, acht de rechtbank dit belang immaterieel en onvoldoende voor ontvankelijkheid. De rechtbank wijst erop dat bij intrekking of niet-verlenging van haar vergunning zij alsnog rechtsmiddelen kan aanwenden.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.