ECLI:NL:RVS:2023:4738
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 augustus 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 februari 2023 niet-ontvankelijk verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De enige grief betrof een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over het belang bij doorprocederen over de verleningsgrond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en de toepassing van artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn.
De Afdeling oordeelde dat deze grief geen aanleiding gaf om anders te beslissen dan de rechtbank en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bekrachtigd.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt bevestigd.