Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.De geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 1
4.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon,
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf,
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
Drijfmest-arrest) en HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733.
van euro 35.088,60 en euro 4.063,06 en euro 475,
verzendenaan de gemeente Leidschendam-Voorburg en/of [getuige 2] , een medewerkster van de gemeente Leidschendam-Voorburg voor het aantonen van de betaling van euro 135.344,22, aan de opdrachtnemer ( [bedrijf] ) voor de bouwwerkzaamheden (de aanpassing en ingebruikname van het gebouw aan [adres] te Voorburg), hetgeen gevraagd
wasin de brief gedateerd 13 januari 2014 van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (onderwerp : Aanvullende Informatie rekening en verantwoording tijdelijke huisvesting [naam] in de [adres] Voorburg) (bijlage [nummer] )
[bedrijf] ,tegenover de gemeente en genoemde [bedrijf] voorgedaan als onafhankelijk adviesbureau op het gebied van openbare aanbestedingstrajecten;
eenderde
bedrijfniet, voorgelegd aan [bedrijf] ;
doen zenden;
doen zenden;
6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De strafoplegging
9.De vordering van de benadeelde partij
10.De inbeslaggenomen voorwerpen
10.2 Het standpunt van de verdediging
11.De toepasselijke wetsartikelen
12.De beslissing
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;
120 (HONDERDTWINGTIG) DAGEN;
6 (ZES) MAANDEN;
1 (EEN) JAARvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 15.000,- (ZEGGE: VIJFTIENDUIZEND EURO);
110 (HONDERDTIEN) DAGEN;
[bedrijf] , Algemeen Bijzonder en Openbaar Primair Onderwijs [bedrijf]deels toe tot een bedrag van