ECLI:NL:RBDHA:2023:10340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen overdrachtsbesluit Dublinprocedure naar België
Eiseres maakte bezwaar tegen een overdrachtsbesluit van de staatssecretaris op grond van de Dublinverordening, waarbij Nederland haar overdraagt aan België. Zij stelde dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat zij en haar gemachtigde niet adequaat in de gelegenheid waren gesteld om bezwaren tegen de overdracht kenbaar te maken.
De rechtbank oordeelde dat het vertrekgesprek niet voldeed als voldoende gelegenheid vanwege de ernstige psychische problemen van eiseres en het ontbreken van betrokkenheid van haar gemachtigde. Dit betekende een schending van het verdedigingsbeginsel. Echter, deze schending leidde niet tot vernietiging van het besluit omdat de bezwaren van eiseres, die vooral betrekking hadden op een toetsing aan artikel 3 EVRM Pro en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, bij het overdrachtsbesluit niet aan de orde zijn.
De rechtbank bevestigde dat bij een los overdrachtsbesluit geen toetsing aan artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro hoeft plaats te vinden. Eiseres had geen asielverzoek ingediend, maar wel een aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden, waarvoor een C.K.-toets zal worden uitgevoerd. De rechtbank verwierp het beroep en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt ongegrond verklaard ondanks schending van het verdedigingsbeginsel.