ECLI:NL:RVS:2018:2474
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over overdracht vreemdeling aan Frankrijk
De staatssecretaris heeft bij besluit van 1 februari 2018 aan de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Frankrijk zal worden overgedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat hij op 15 februari 2018 aan Frankrijk was overgedragen en daarom geen belang meer zou hebben.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk belang had bij de beoordeling van het beroep, omdat de Dublinverordening bepaalt dat bij onterechte overdracht de betrokkene onmiddellijk moet worden teruggenomen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en vernietigde de uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste vervolgens het besluit inhoudelijk. De vreemdeling voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was omdat abusievelijk melding werd gemaakt van overdracht aan Duitsland in plaats van Frankrijk en dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij geen gelegenheid had gekregen zijn zienswijze te geven.
De Raad van State stelde vast dat het besluit wel degelijk betrekking had op overdracht aan Frankrijk en dat de vermelding van Duitsland een kennelijke verschrijving was. Verder was de vreemdeling tijdens een gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling geïnformeerd en had hij de gelegenheid zijn zienswijze te geven, zodat het verdedigingsbeginsel niet was geschonden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.