ECLI:NL:RVS:2012:BY7400
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verlengingsbesluit vreemdelingenbewaring en schending verdedigingsbeginsel
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris om de termijn van zijn vreemdelingenbewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde dat het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij niet tijdig en adequaat was gehoord over het verlengingsbesluit, en dat de gemachtigde niet was betrokken bij de communicatie.
De Afdeling oordeelde dat het verlengingsbesluit een bezwarend besluit is en dat het verdedigingsbeginsel, zoals neergelegd in het Unierecht en de artikelen 4:8 en 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van toepassing is. Hoewel de vreemdeling terecht klaagde over onvoldoende gelegenheid om zijn zienswijze te geven en het niet betrekken van zijn gemachtigde, was er sprake van een langdurig voortraject met meerdere gesprekken waarin de redenen voor de bewaring en de verwachtingen aan de vreemdeling waren toegelicht.
De Afdeling concludeerde dat ondanks de procedurele tekortkomingen de vreemdeling niet zodanig benadeeld was dat vernietiging van het verlengingsbesluit gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.