ECLI:NL:RBDHA:2022:14655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring wegens niet voldoen aan nationale voorwaarden
Eiser, een Venezolaanse staatsburger, is in 2014 de toegang tot Nederland geweigerd en uitgezet. Vervolgens is hij ongewenst verklaard op grond van een strafrechtelijke veroordeling wegens een opiumdelict. Eiser heeft meerdere verzoeken ingediend tot opheffing van deze ongewenstverklaring, die telkens zijn afgewezen. In het onderhavige beroep betoogt eiser dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan het Unierechtelijke openbare orde-criterium en dat hij niet aan de bewijsverplichtingen kon voldoen, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de ongewenstverklaring een nationaalrechtelijk karakter heeft en niet onder de Terugkeerrichtlijn valt, omdat eiser op het moment van oplegging niet illegaal in Nederland verbleef. De nationale opheffingsvoorwaarden uit artikel 6.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 zijn daarom van toepassing. Eiser voldoet niet aan de vereiste periode van tien jaar verblijf buiten Nederland en heeft niet de benodigde bewijsstukken overgelegd. Zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de aangehaalde gevallen niet vergelijkbaar zijn.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen. De rechtbank stelt dat eiser geen zwaarwegende redenen heeft aangevoerd die het belang van Nederland bij handhaving van de ongewenstverklaring doen wijken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.