ECLI:NL:RVS:2020:541
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing opheffing ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende beoordeling
De vreemdeling was sinds 1996 ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor een opiumdelict en was in 2004 uitgezet naar Turkije. Na terugkeer in Nederland werd hij opnieuw veroordeeld wegens het bezit van een vals identiteitsbewijs en herhaalde overtredingen van artikel 197 Sr Pro. De staatssecretaris weigerde het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring en beperkte de duur tot vijf jaar vanaf de terugkeer in Turkije.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was en dat geen toets aan het openbare ordecriterium hoefde plaats te vinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de ongewenstverklaring gelijkgesteld moet worden aan een inreisverbod en dat de staatssecretaris had moeten beoordelen of het gedrag van de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging vormt. Deze beoordeling ontbrak, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de eerdere uitspraak en het besluit van 15 augustus 2018 werden vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep en beroep worden gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd.