Uitspraak
Verzoek prejudiciële spoedprocedure (PPU):
verbodenis om de rechtmatigheid van de vreemdelingendetentie ambtshalve ten gronde te onderzoeken, te beoordelen en bij de vaststelling dat de detentie onrechtmatig is deze detentie te beëindigen en de onmiddellijke invrijheidsstelling van de vreemdeling te bevelen. De Afdeling heeft in haar vaste jurisprudentie alleen toegestaan dat de rechter voorschriften die zien op toegang tot de rechter, bevoegdheidsregels en bepalingen die een behoorlijke procesgang regelen ambtshalve controleert en toetst. De Afdeling heeft hierbij steeds aangegeven dat enkel de feiten en omstandigheden waarop door of namens de vreemdeling uitdrukkelijk een beroep wordt gedaan om te beargumenteren dat de detentie moet worden beëindigd door de rechter mogen worden beoordeeld bij het toetsen van het besluit van de autoriteiten om een vreemdeling te detineren. De Afdeling heeft deze uitleg ook steeds onverkort van toepassing geacht ten aanzien van minderjarige gedetineerde vreemdelingen.
“Wat meer bepaald het recht op toegang tot de rechter betreft, moet worden gepreciseerd dat een “gerecht” pas in overeenstemming met artikel 47 van Pro het Handvest over een betwisting inzake uit het Unierecht voortvloeiende rechten en verplichtingen kan beslissen indien het bevoegd is om alle voor het bij hem aanhangige geding relevante feitelijke en juridische kwesties te onderzoeken”.
62. Daaruit volgt dat een juridische autoriteit die beslist over een verzoek tot verlenging
63. Iedere andere uitlegging van artikel 15 van Pro richtlijn 2008/115 zou ertoe leiden dat de
34. In herinnering zij gebracht dat het volgens vaste rechtspraak van het Hof, bij het ontbreken van Unievoorschriften ter zake, krachtens het beginsel van procedurele autonomie een zaak van de interne rechtsorde van de lidstaten is om de procedureregels vast te stellen voor vorderingen in rechte die worden ingediend ter bescherming van de rechten van de justitiabelen, op voorwaarde evenwel dat die regels niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke situaties naar nationaal recht gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel)(…)”.
“42. Aangaande in de tweede plaats de eerbiediging van de voorwaarde inzake het doeltreffendheidsbeginsel met betrekking tot een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak van het Hof bij het onderzoek van elk geval waarin de vraag rijst of een nationaal procedurevoorschrift de toepassing van het Unierecht onmogelijk of uiterst moeilijk maakt, rekening moet worden gehouden met de plaats van dat voorschrift in de gehele procedure en met het verloop en de bijzonderheden van deze procedure voor de verschillende nationale instanties. Vanuit dit oogpunt dient in voorkomend geval met name rekening te worden gehouden met de bescherming van de rechten van de verdediging, het rechtszekerheidsbeginsel en het goede verloop van de procedure”.
“vragen opwerpen die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven” [21] .De Afdeling heeft onlangs, na aanleiding van aanhoudende kritiek vanuit de rechtspraktijk over het veelvuldig onverplicht gebruik maken van deze bevoegdheid, initiatief genomen om bij wijze van experiment een korte aanvullende mededeling op deze verkorte motivering te geven door middel van een categorisering van zaken die met een dergelijke motivering worden afgedaan. Dit is echter evenmin een inhoudelijke motivering van de uitspraak waarbij aan de individuele rechtszoekende wordt uitgelegd wat de redenen van de beslissing op zijn grieven zijn. De Afdeling maakt van deze bevoegdheid, ook als het gaat om vreemdelingenbewaring, in nagenoeg alle uitspraken op hoger beroep waarbij de rechtbankuitspraak wordt bevestigd gebruik. De rechtbank wenst van het Hof te vernemen of toegang tot de rechter voor de vreemdeling die aan de rechter verzoekt om in vrijheid te worden gesteld het recht op een gemotiveerde uitspraak omvat gelet op het belang dat de uitspraak in hoogste instantie in de totale procedure inneemt. De rechtbank wijst er hierbij uitdrukkelijk op dat een concrete procedure in vreemdelingenbewaring weliswaar eindigt met een uitspraak van de Afdeling, maar dat dit niet betekent dat de detentie ook steeds eindigt. De maatregel waarbij de vreemdelingenbewaring wordt opgelegd kan dus voortduren, terwijl de vreemdeling geen recht heeft om de motivering van de uitspraak van de Afdeling over die maatregel te vernemen.
- verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de hierboven onder rechtsoverweging 77 geformuleerde vragen;
- schorst de behandeling van het beroep totdat het Hof uitspraak heeft gedaan en houdt iedere verdere beslissing aan.
BIJLAGE