ECLI:NL:RBDHA:2021:1765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser stelde verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 februari 2019. Na een eerdere uitspraak die verweerder opdroeg binnen twee weken te beslissen, werd dit vonnis op verzet gegrond verklaard, waardoor het onderzoek werd hervat.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden heeft beslist en dat de overmachtssituatie door de coronapandemie pas na het verstrijken van deze termijn is ingetreden, waardoor deze de beslistermijn niet opschortte. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank legt een dwangsom van € 1.442,- vast en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na de uitspraak een eerste gehoor moet houden, waarna binnen acht weken een besluit moet volgen, met een aanvullende termijn van maximaal tien weken bij overgang naar de verlengde asielprocedure.
Vanwege de lange duur en het belang van een voortvarende behandeling wordt een nadere dwangsom van € 200,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever en griffier I.N. Powell en is openbaar bekendgemaakt op 25 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen gestelde termijnen een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.