ECLI:NL:RBDHA:2021:16501
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens ontoegankelijke medische zorg in Egypte
Eiser, die sinds 2019 in Nederland verblijft zonder verblijfsstatus, verzocht op 12 januari 2021 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd aanvankelijk voorlopig toegekend, maar later definitief afgewezen door verweerder, mede op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
Verweerder stelde dat eiser onder voorwaarden kan reizen en dat noodzakelijke medische behandeling in Egypte beschikbaar is. Eiser voerde aan dat hij niet in staat is om bewijsstukken te verkrijgen die aantonen dat de medische zorg niet toegankelijk is en dat hij bij terugkeer gevangen zou worden gezet, wat buiten het toetsingskader van artikel 64 Vw Pro valt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk heeft gebruikt en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de noodzakelijke medische behandeling in Egypte feitelijk niet toegankelijk is. Ook is niet gebleken dat eiser in bewijsnood verkeert, aangezien hij niet heeft aangetoond dat hij alles heeft gedaan om de gevraagde documenten te verkrijgen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Tevens werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen vanwege de financiële situatie van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.