ECLI:NL:RVS:2019:1598
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over medische situatie vreemdeling en beschikbaarheid medicijnen in Irak
De vreemdeling, afkomstig uit Irak, verzocht om opschorting van zijn uitzetting vanwege medische klachten. De staatssecretaris baseerde zijn besluit op adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat de benodigde medicijnen in Irak beschikbaar zijn, ondanks een opmerking over wisselende beschikbaarheid door onrust.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivatie omtrent de beschikbaarheid van medicijnen. De staatssecretaris stelde echter dat het BMA-advies zorgvuldig was en dat de wisselende beschikbaarheid slechts algemeen werd vermeld, zonder concrete aanwijzingen dat de gebruikte medicijnen niet beschikbaar zouden zijn.
De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies als deskundigenadvies geldt en dat de conclusie dat medicijnen beschikbaar zijn inhoudelijk inzichtelijk en zonder voorbehoud is getrokken. De Raad stelde dat de staatssecretaris niet verplicht is om rekening te houden met onzekere toekomstige ontwikkelingen die de beschikbaarheid kunnen beïnvloeden.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 28 september 2016 werd alsnog ongegrond verklaard, waarmee het besluit stand houdt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.