Uitspraak
Rechtbank den haag
de Staat der Nederlanden, meer speciaal het Ministerie van Veiligheid en Justitiete Den Haag,
[gedaagde, sub 2]te [plaats 2] ,
[gedaagde, sub 3]te [plaats 3] ,
[gedaagde, sub 4]zonder bekende woon- of verblijfplaats,
[gedaagde, sub 5]te [plaats 4] ,
[gedaagde, sub 6]te [plaats 5] , gemeente [plaats 6] ,
1.De procedure
2.Verstekverlening
3.De incidenten tot voeging en tussenkomst.
4.De aanvulling van eis
5.De feiten
in de periode tussen één januari negentienhonderdachtentachtig en eenendertig december negentienhonderdachtennegentig als schuldenaar in privé diverse leningen zijn aangegaan met schuldeiser[toevoeging voorzieningenrechter: bedoeld is [gedaagde, sub 2] ]
, welke leningen zijn weergegeven in een aan deze akte te hechten overzicht (overzicht I), op grond van welk overzicht schuldenaar[toevoeging voorzieningenrechter: bedoeld is opnieuw [broer I] ]
op één januari tweeduizend elf in totaal inclusief rente schuldig is aan schuldeiser een bedrag grooteen miljoen vierenveertigduizend zevenhonderd negenentwintig euro (€ 1.044.729,00);
en de overledene, mondeling is overeengekomen dat voormelde schuld in het kader van vereffening voor de helft zou worden overgenomen door de overledene in privé en voor de andere helft door de comparant sub 3;
beiden, ieder voor de helft eigenaar zijn van na te melden schilderijen; en
schuldenaar op één januari tweeduizend elf derhalve in totaal schuldig is aan schuldeiser een bedrag grooteen miljoen driehonderd tweeënnegentigduizend negenhonderd zevenentwintig euro (€ 1.392.927,00):
, hoofdelijk, voor de ene helft en de volmachtgever van de comparante sub 4 voor de andere helft, een bedrag grooteen miljoen driehonderd tweeënnegentigduizend negenhonderd zevenentwintig euro (€ 1.392.927,00).
6.Het geschil
primairop straffe van lijfsdwang,
subsidiairop straffe van een dwangsom.