ECLI:NL:RBDHA:2020:7947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Somalische nationaliteit, kreeg in 2003 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die met terugwerkende kracht per 25 mei 2013 is ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde. Dit besluit volgt op eerdere intrekkingen die door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn vernietigd.
Verweerder baseert de intrekking op een onherroepelijk vonnis wegens ernstige misdrijven, waaronder gewelds- en drugsdelicten, gepleegd over een periode van meer dan tien jaar. Eiser betoogt onder meer dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat het Unierechtelijk openbare-ordebegrip had moeten worden toegepast, wat de rechtbank niet volgt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het nationaalrechtelijke openbare-ordebegrip heeft toegepast en dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij de ernst van de misdrijven en het risico op recidive zwaarder wegen dan het gezinsleven van eiser. Er is geen bewijs dat eiser een belangrijke rol speelt in de opvoeding van zijn kinderen of dat hun belangen door uitzetting worden geschaad.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.