ECLI:NL:RBDHA:2018:8778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van Zeben-de Vries
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- M.J.L. van der Waals
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering actuele bedreiging
Eiser, met de Somalische nationaliteit, kreeg in 2000 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Deze vergunning werd op 20 december 2017 met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege meerdere onherroepelijke veroordelingen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat hij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn ernstige medische aandoeningen.
De rechtbank overwoog dat de oorspronkelijke vergunning van eiser een nationale vergunning was, maar dat deze vanwege jurisprudentie en omstandigheden moet worden opgevat als een subsidiaire beschermingsstatus. Hierdoor is het unierechtelijke criterium van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van fundamenteel belang van de samenleving van toepassing op de intrekking.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat aan dit criterium is voldaan. Ook is niet primair de gewijzigde situatie in het land van herkomst als grond voor intrekking aangevoerd. Gezien deze tekortkomingen verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende motivering.