ECLI:NL:RVS:2019:3960
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel na toetsing aan artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 13 november 2017 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom niet getoetst werd aan artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die oordeelde dat de rechtbank terecht had overwogen dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro vereist is, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het beleidskader van de Vreemdelingenwet 2000. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.