ECLI:NL:RBDHA:2020:324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijf als verzorgende ouder op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiser, vader van twee minderjarige Nederlandse kinderen, vroeg verblijf aan als verzorgende ouder op basis van het EU-recht en het arrest Chavez-Vilchez. De staatssecretaris wees de aanvraag en het bezwaar af, stellende dat eiser geen meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verrichtte en dat er geen zodanige afhankelijkheidsverhouding bestond dat de kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten.
Eiser voerde aan dat hij intensief zorgde voor zijn kinderen, ondersteund door diverse bewijsstukken zoals verklaringen van familie en zorginstellingen, foto's, vliegtickets en medische documenten. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de afhankelijkheidsverhouding en zich onterecht beperkte tot het ontbreken van objectief bewijs, terwijl het beleid van de IND juist vereist dat een dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd.
De rechtbank stelde vast dat eiser langdurig en intensief betrokken was bij de zorg en opvoeding van zijn kinderen, dat de kinderen emotioneel aan hem gehecht zijn, en dat weigering van verblijf negatieve gevolgen zou hebben voor hun welzijn. Ook werd geoordeeld dat eiser ten onrechte niet is gehoord in bezwaar. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de stukken worden betrokken en eiser wordt gehoord.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en niet naleven van de hoorplicht.