ECLI:NL:RBDHA:2020:3515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van afhankelijkheidsverhouding en zorgtaken volgens arrest Chavez-Vilchez
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vader, verzocht om een verblijfsdocument op basis van artikel 20 van Pro het VWEU, verwijzend naar het arrest Chavez-Vilchez. Hij stelde dat hij een afgeleid verblijfsrecht had vanwege zijn zorg- en opvoedtaken voor zijn minderjarige Nederlandse zoon.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verrichtte en dat er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestond dat het kind het EU-grondgebied zou moeten verlaten bij weigering van het verblijfsrecht. De rechtbank volgde dit standpunt na beoordeling van het ouderschapsplan, verklaringen van de moeder en basisschool, foto’s, bankafschriften en andere stukken.
De rechtbank oordeelde dat de zorgtaken van eiser beperkt waren en vooral dateren van een periode waarin hij in Marokko woonde. Ook de afhankelijkheidsverhouding werd onvoldoende onderbouwd, ondanks verklaringen over emotionele gehechtheid en mogelijke negatieve gevolgen van een scheiding. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het beleid en jurisprudentie correct zijn toegepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.