ECLI:NL:RBDHA:2023:15405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 2000 na toetsing Chavez-Vilchez arrest
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gebaseerd op het arrest Chavez-Vilchez. Hij stelde dat hij als stiefvader meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken vervult voor zijn stiefkinderen en dat deze kinderen van hem afhankelijk zijn, waardoor zij gedwongen zouden worden de EU te verlaten als hem geen verblijfsrecht wordt toegekend.
De staatssecretaris wees de aanvraag en het bezwaar af, stellende dat eiser onvoldoende feitelijke zorg- en opvoedingstaken had aangetoond en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestond. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van de ingediende bewijsstukken, waaronder verklaringen, foto’s en een gedragswetenschappelijk rapport (BIC). De rechtbank vond dat de verklaringen onvoldoende concreet waren over de aard, frequentie en omvang van de zorg en opvoeding.
Daarnaast was de biologische vader nog betrokken bij de kinderen en had hij het gezag, wat de afhankelijkheidsrelatie van de kinderen met eiser beperkte. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de kinderen voldoende waren meegewogen en dat het beroep ongegrond was. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en de uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.