ECLI:NL:RBDHA:2019:3316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning wegens onvoldoende bewijs voor toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Verweerder heeft de asielvergunning van eiser ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd op grond van verdenkingen dat eiser in Syrië een ernstig misdrijf zou hebben gepleegd. Dit is gebaseerd op een Syrisch politierapport, getuigenverklaringen en vertrouwelijke stukken. Eiser ontkent de aantijgingen en betwist de authenticiteit van de documenten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat Bureau Documenten de echtheid van de Syrische documenten niet kon bevestigen vanwege het ontbreken van betrouwbaar referentiemateriaal. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij toch uitgaat van de authenticiteit van deze stukken. Ook de vertrouwelijke stukken voldoen niet aan de bewijsstandaard. De verklaringen van eiser zijn vaag en tegenstrijdig, maar vormen geen duidelijk en betrouwbaar bewijs.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft aangetoond dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser een ernstig misdrijf heeft gepleegd zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Evenmin is vastgesteld dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de asielvergunning en het opleggen van een inreisverbod wordt vernietigd.