ECLI:NL:RBDHA:2019:3201
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering van ov-schuld wegens geringe verwijtbaarheid bij niet tijdig stopzetten studentenreisrecht
Eiseres kreeg studiefinanciering met een studentenreisproduct toegekend, maar stopte dit reisrecht niet tijdig nadat zij geen recht meer had op studiefinanciering. Verweerder stelde een ov-schuld vast wegens het niet tijdig beëindigen van het reisrecht. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij haar ov-chipkaart was kwijtgeraakt en het niet tijdig stopzetten niet aan haar kon worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat het reisrecht pas wordt beëindigd indien dit op de voorgeschreven wijze bij de Minister wordt stopgezet, en dat het blokkeren van de kaart bij het OV-bedrijf dit niet automatisch doet. Het niet tijdig stopzetten kon daarom wel aan eiseres worden toegerekend. Wel was sprake van geringe verwijtbaarheid, waardoor de rechtbank de ov-schuld verminderde.
De rechtbank oordeelde dat de ov-schuld in dit geval het karakter heeft van een punitieve maatregel (bestuurlijke boete) en niet als een reparatoire sanctie kan worden gezien. De opgelegde ov-schuld werd daarom verminderd tot € 50. Tevens werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: De ov-schuld wordt verminderd tot € 50 wegens geringe verwijtbaarheid bij het niet tijdig stopzetten van het studentenreisrecht.