Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 juli 2018 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [plaats ] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats ] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“§ 2DauerDie Stiftung ist auf Dauer errichtet.
§ 3ZweckZweck der Stiftung ist1) die Bestreitung der Kostena) der Erziehung und Bildungb) der Ausstattung und Unterstützungc) des Lebensunterhaltes im allgemeinen2) die wirtschaftliche Förderung im weitesten Sinnevon Angehörigen bestimmter Familien sowie die Verfolgung ähnlicher Zwecke.
§8
§ 12KontrollstelleDer Stiftungsrat ist befugt, eine anerkannte Kontrollstelle zu bestellen. Die Kontrollstelle hat dem Stiftungsrat über das Ergebnis ihrer Prüfung einen detaillierten Bericht mit Antrag zu erstatten. Ausserdem hat die Kontrollstelle die Einhaltung der Bestimmungen der Statuten und allfälliger Beistatuten zu überwachen.(…)”
(…)
(…)
(c) Frau [eiseres 4]
Das kann nur dann erfolgreich wenn wir die Kapitalh[ö]he auch nachweisen k[ö]nnen und daf[ü]r brauchen wir Ihre Hilfe. (…)”
(…)
Een onderscheid in naam als 'irrevocable' of 'revocable', 'discretionary' of 'fixed' of een ander onderscheid is voor de toepassing van artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet van belang. Van belang zijn steeds de feiten en omstandigheden. Als het afgezonderd particulier vermogen discretionair is, is de voorgestelde toerekening aan de orde. Als het afgezonderd particulier vermogen non-discretionair is, wordt toegerekend aan de gerechtigde in plaats van aan de inbrenger of diens erfgenamen. Is de rechtsfiguur deels discretionair en deels non-discretionair dan geldt artikel 2.14a Wet inkomstenbelasting 2001 alleen voor het discretionaire deel.” (
Kamerstukken II2008/09, 31 930, nr. 3, blz. 51–52).
Kamerstukken II2008/09, 31 930, nr. 3, blz. 9-11)
Beslissing
- verklaart het beroep voorzover gericht tegen de aanslag Zvw over het jaar 2013 (SGR 18/405) ongegrond;
- verklaart het beroep voorzover gericht tegen de aanslag IB/PVV over het jaar 2013 (SGR 18/405) gegrond;
- vernietigt in zoverre de uitspaak op bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2013 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.925 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 57.641 met dienovereenkomstige vermindering van de beschikking belastingrente;
- verklaart de overige beroepen (17/8663 en 17/8665) ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 482,14;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.