ECLI:NL:RBDHA:2017:2607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op uitbetaling heffingskortingen volksverzekeringen voor niet-premieplichtige werknemer Europol
Eiseres, werkzaam bij Europol en niet-premieplichtig voor de volksverzekeringen, betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012, met name het niet in aanmerking nemen van het premiedeel van de heffingskortingen. De rechtbank toetste of eiseres recht had op uitbetaling van deze heffingskortingen indien zij premieplichtig zou zijn geweest. Daarbij werd het vrijgestelde salaris van € 41.392 betrokken, waarmee eiseres reeds de volledige heffingskorting zou effectueren.
De rechtbank verwees naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, dat de bijzondere verhoging van de heffingskorting voor niet-premieplichtige niet-inwoners gelijkstelt aan het recht dat zij zouden hebben als premieplichtige inwoners. De toetsing leidde tot het oordeel dat eiseres geen recht heeft op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op strijdigheid van de forfaitaire rendementsheffing met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol van het EVRM af, omdat eiseres niet had onderbouwd dat zij daardoor een buitensporige last zou ondervinden. Ook was er geen grond voor vermindering van de belastingrente. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; geen recht op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen.