ECLI:NL:HR:2002:AE0466
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering tariefgroep 3 bij inkomen echtgenoot Europese ambtenaar
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met indeling in tariefgroep 2, welke door de Inspecteur werd gehandhaafd na bezwaar. Het hof vernietigde deze uitspraak en kende tariefgroep 3 toe, omdat belanghebbende stelde dat het salaris van haar echtgenoot, een functionaris van de Europese Gemeenschappen, buiten aanmerking moest worden gelaten op grond van artikel 13 van Pro het Protocol betreffende de Voorrechten en Immuniteiten van de Europese Gemeenschappen.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 13 van Pro het Protocol niet vereist dat het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing wordt gelaten bij de toepassing van de nationale regels voor overdracht van de basisaftrek. Dit protocol verbiedt wel directe of indirecte belastingheffing op het salaris van Europese ambtenaren, maar schrijft geen voorkeursbehandeling voor. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat het inkomen van de echtgenoot buiten beschouwing moest blijven.
De Hoge Raad bevestigt dat de basisaftrek alleen kan worden overgedragen indien het inkomen van de echtgenoot lager is dan de basisaftrek, wat hier niet het geval is. Het beroep van belanghebbende op resoluties kan haar niet baten. Het arrest van het hof wordt vernietigd, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en de uitspraak van de Inspecteur wordt bevestigd.
Proceskosten worden niet aan een partij opgelegd. Dit arrest bevestigt de toepassing van het Protocol in samenhang met nationale belastingwetgeving en verduidelijkt de grenzen van fiscale soevereiniteit en belastingvoordelen voor Europese ambtenaren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag van de Inspecteur en wijst het beroep van belanghebbende af.