Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2017 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. P. le Heux),
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een inwoner van Nederland, nam deel aan internetpoker via PartyPoker, een aanbieder gevestigd binnen de EU, en behaalde prijzen waarop kansspelbelasting werd geheven door de inspecteur via naheffingsaanslagen over de jaren 2006 tot en met 2008. Eiser betwistte de heffing met het argument dat deze in strijd zou zijn met artikel 56 VWEU Pro en dat internetpoker als casinospel moest worden aangemerkt, wat tot een andere heffing zou leiden. Daarnaast stelde eiser dat de vrijstelling van artikel 52 BvdB Pro 2001 van toepassing was omdat de prijzen elders vergelijkbaar waren belast.
De rechtbank oordeelde dat de Wet op de kansspelbelasting internetpokerspelprijzen ongeacht de vestigingsplaats van de aanbieder gelijk behandelt en dat internetpoker niet als casinospel kan worden aangemerkt. De heffing was niet in strijd met het vrij verkeer van diensten (artikel 56 VWEU Pro). Ook was de vrijstelling van artikel 52 BvdB Pro 2001 niet van toepassing omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de prijzen elders vergelijkbaar waren belast.
Verder stelde eiser dat de redelijke termijn voor uitspraak was overschreden. De rechtbank stelde vast dat eiser had ingestemd met aanhouding van het bezwaar tot na proefprocedures en dat de termijn vanaf 27 februari 2015 tot 25 juli 2017 met circa vijf maanden was overschreden. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 500, waarvan € 400 voor rekening van de Belastingdienst en € 100 voor rekening van de Staat. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen kansspelbelasting wordt ongegrond verklaard met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.