Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juni 2015 in de zaken tussen
[eiseres] gevestigd te [plaats 1], eiseres
Procesverloop
- met dagtekening 15 juli 2014 een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 ten bedrage van € 96.876, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 24.219 (25% van de nageheven belasting). Voorts is € 12.186 heffingsrente in rekening gebracht (SGR 14/11439);
- met dagtekening 15 juli 2014 een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 ten bedrage van € 155.551, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 38.887 (25% van de nageheven belasting). Voorts is € 15.678 heffingsrente in rekening gebracht (SGR 14/11440);
- met dagtekening 15 juli 2014 een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 ten bedrage van € 127.487, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 31.871 (25% van de nageheven belasting). Voorts is € 9.423 heffingsrente in rekening gebracht (SGR 14/11442);
- met dagtekening 15 juli 2014 een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 ten bedrage van € 167.033, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 41.758 (25% van de nageheven belasting). Voorts is € 8.453 belastingrente in rekening gebracht (SGR 14/11443);
- met dagtekening 26 september 2014 een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 ten bedrage van € 28.268, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 7.067 (25% van de nageheven belasting). Voorts is € 808 belastingrente in rekening gebracht (SGR 14/11448).