ECLI:NL:RBDHA:2014:15139
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende op 3 oktober 2014 een nieuwe aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen bij besluit van 7 oktober 2014. De rechtbank overweegt dat dit besluit een besluit van gelijke strekking is als het eerdere afwijzende besluit van 20 augustus 2009, dat in rechte onaantastbaar is geworden.
De rechtbank toetst of er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Verzoeker heeft diverse documenten overgelegd, waaronder rapporten van EASO, UNHCR en rechterlijke uitspraken, maar deze betreffen grotendeels Zuid- en Centraal Somalië terwijl verzoekers herkomst niet eenduidig aan deze gebieden kan worden toegeschreven. Ook zijn medische omstandigheden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gesteld die het eerdere besluit kunnen wijzigen. Evenmin is sprake van een relevante wetswijziging of bijzondere individuele omstandigheden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank wijst erop dat verzoeker na afwijzing Nederland dient te verlaten en dat de wijze van uitzetting geen onderdeel is van de beoordeling van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.