ECLI:NL:RVS:2014:607
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende individuele beoordeling in asielprocedure
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 20 augustus 2012 werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit van 20 augustus 2012 grotendeels gelijk was aan een eerder afwijzend besluit uit 2009, maar dat de wijziging van het recht door het WBV 2011/13 een toetsing van het latere besluit rechtvaardigde. De staatssecretaris had op basis van een taalanalyse de herkomst van de vreemdeling uit Zuid-Somalië als ongeloofwaardig beoordeeld, maar de rechtbank had dit niet voldoende erkend. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit niet juist had beoordeeld, waardoor het hoger beroep gegrond was.
Verder werd geoordeeld dat het inreisverbod in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de staatssecretaris nagelaten had een individuele beoordeling te verrichten en de motivering onvoldoende was. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het inreisverbod betreft. De overige beroepsgronden werden ongegrond verklaard.
Ten slotte werd bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende individuele beoordeling en motivering, het overige besluit blijft in stand.