ECLI:NL:RBDHA:2014:14656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.C.J. Mosheuvel
- C.F.E. van Olden-Smit
- G.J.W.M. Kipping
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen feitelijke uitzetting wegens ontbreken procesbelang
Eiseres, van Chinese nationaliteit, maakte bezwaar tegen haar voorgenomen feitelijke uitzetting uit Nederland en stelde beroep in tegen besluiten van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Na diverse voorzieningenrechterlijke uitspraken en besluiten verklaarde de rechtbank dat eiseres sinds 6 mei 2014 met onbekende bestemming is vertrokken en zich aan vreemdelingentoezicht onttrekt.
Hoewel eiseres nog contact onderhoudt met haar gemachtigden, is volgens de rechtbank de enkele mededeling hiervan onvoldoende om aan te nemen dat zij nog een rechtens te beschermen belang heeft bij haar beroep gericht op het voorkomen van uitzetting. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat een rechtens te beschermen belang niet kan worden ontleend aan een onzekere toekomstige gebeurtenis.
De rechtbank oordeelt dat de niet-ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg heeft dat de bestreden besluiten in rechte onaantastbaar worden. Mocht eiseres in de toekomst opnieuw in Nederland verblijven en met uitzetting worden bedreigd, dan kan zij opnieuw rechtsmiddelen aanwenden en een volledige beoordeling van artikel 3 EVRM Pro vragen.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep van eiseres niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de besluiten.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.