ECLI:NL:RVS:2013:2634
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling na emigratie
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het beroep van een vreemdeling tegen zijn ongewenstverklaring werd gegrond verklaard. De vreemdeling was op 4 januari 2010 geëmigreerd en uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie. Ondanks het bezwaar van de vreemdeling had de rechtbank geoordeeld dat hij belang had bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 20 maart 2008.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen prijs meer stelde op de beoordeling van het bezwaar. Het enkele feit dat familieleden mogelijk nog in Nederland verblijven en de vreemdeling mogelijk in de toekomst verblijf bij hen beoogt, kan niet leiden tot een belang bij het beroep. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J.J. van Eck, leden, in aanwezigheid van mr. M.E.E. Wolff, ambtenaar van staat, op 16 december 2013.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na emigratie.