ECLI:NL:RVS:2013:130
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling wegens vertrek en geen contact
De minister heeft op 16 maart 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in. De staatssecretaris voerde aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat de vreemdeling belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Uit het proces-verbaal van bevindingen en een bericht van vertrek bleek dat de vreemdeling niet was verschenen voor zijn meldplicht en zelfstandig de woonruimte had verlaten tijdens de procedure.
De gemachtigde van de vreemdeling had geen contact meer met hem, wat erop wijst dat de vreemdeling geen prijs meer stelde op bescherming. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling daardoor geen rechtens te beschermen belang had bij inhoudelijke behandeling van het beroep. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact met gemachtigde.