ECLI:NL:RBARN:2008:BC5626
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- L.B.M. Klein Tank
- M. den Brok
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en aanmerkelijk belang bij verschillende soorten aandelen
Eiser, houder van 6500 aandelen A in F BV, verkocht deze in 2001. Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV op wegens winst uit aanmerkelijk belang. De kern van het geschil was of verweerder beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en of het aandelenbezit van eiser een soort aanmerkelijk belang vormt volgens artikel 4.7 Wet IB 2001.
De rechtbank stelde vast dat geen sprake was van ambtelijk verzuim door verweerder en dat het nieuw feit aanwezig was, namelijk de informatie over het aandelenbezit en de structuurwijziging die door een andere inspecteur werd verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de aandelen A en B verschillen in stemrechten en agioreserves, waardoor zij niet als één soort aandelen kunnen worden beschouwd. Dit betekent dat eiser een soort aanmerkelijk belang had in aandelen A.
Gelet hierop was de navorderingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep van eiser ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 28 februari 2008 in Arnhem gedaan door de genoemde rechters.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is terecht opgelegd omdat het aandelenbezit van eiser een soort aanmerkelijk belang vormt.