Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- het vonnis in het vrijwaringsincident van 26 februari 2026;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en het verzoek in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiser] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van het aanvraagformulier Effecten Lease van 9 oktober 2000 op naam van [eiser] , voorzien van handgeschreven contractnummer [nummer 1] en de naam van [de adviseur] , waarop een stempel is geplaatst met de tekst
“ [de adviseur] (…)”en ATP-nummer 957 is ingevuld, en waaruit blijkt dat dit per fax op 10 oktober 2000 is verzonden door [de tussenpersoon] ,
“Adviseur [nummer 2] ”,
- een kopie van een uittreksel van de KvK van [de tussenpersoon] met als beschrijving van de werkzaamheden ‘Het adviseren en bemiddelen bij verzekeringen hypotheken, pensioen, sparen, financieringen etc.’.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.