Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.APRISCO B.V.,te Assen,2. ONIPACS B.V.,te Assen,3. de vennootschap naar vreemd rechtMAGDA PLATEAU HOLDING N.V.,gevestigd te Willemstad (Curaçao),
MISSY N.V.,gevestigd te Willemstad (Curaçao),
gevoegde partijen aan de zijde van Groot & Evers,
hierna te noemen Aprisco c.s.,
advocaten mr. T.R.B. de Greve en mr. D.H.J. Rijkers,
1.APRISCO B.V.,te Assen,2. ONIPACS B.V.,te Assen,3. de vennootschap naar vreemd rechtMAGDA PLATEAU HOLDING N.V.,gevestigd te Willemstad (Curaçao),
MISSY N.V.,gevestigd te Willemstad (Curaçao),
eiseressen in het deurwaardersrenvooi,
vrijwillig verschenen,
1.De procedure
aan de zijde van Groot & Evers: de gerechtsdeurwaarders B. de Veer en H. Oude Elferink.
2.De feiten
(…)3.2 veroordeelt [beslagene] binnen veertien dagen na betekening van deze beschikkingende in 3.4 bedoelde lijst om aan Aprisco c.s. inzage of afschrift (kopieën) te verstrekken van de navolgende bescheiden (digitale gegevens en gegevens ‘in the cloud’ daaronder begrepen), waarbij onder correspondentie wordt begrepen brieven, faxberichten, tekstberichten (SMS, WhatsApp e.d.), mediabestanden, financiële overzichten, bankafschriften, facturen, (gespreks)verslagen, rapporten, akten, notities, memoranda, agenda's en berekeningen:
3.Het geschil
1. [beslagene] te bevelen om de bescheiden die zijn genoemd op de lijsten die aan
3. [beslagene] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de
4.4. De standpunten van partijen
(1) de Tijdvoorwaarde (het moet gaan om bescheiden die na 1 januari 2010 zijn verzonden, ontvangen, opgemaakt of bewerkt),
(2) de Betrokkenevoorwaarde (het moet gaan om bescheiden die tussen specifieke partijen zijn gewisseld met gebruikmaking van specifiek genoemde e-mailadressen) en
(3) de Onderwerpvoorwaarde (de inzage wordt begrensd voor wat betreft het onderwerp; het moet gaan om bescheiden die betrekking hebben op het vastgoed van het resort en/of op vijftien met name genoemde rechtspersonen).
Aprisco c.s. heeft Groot & Evers belast met het maken van een selectie van de in beslag genomen bescheiden. Groot & Evers heeft inmiddels een reeks van zes selecties uitgevoerd en lijsten van de vrij te geven documenten bij exploot betekend aan [beslagene] en zijn advocaat. Hieruit blijkt dat Groot & Evers de criteria uit de Beschikking wezenlijk anders interpreteert dan [beslagene] . Uit een steekproef waarin [beslagene] 60 bescheiden heeft onderzocht blijkt dat vier bescheiden niet voldoen aan de Tijdvoorwaarde, 26 niet aan de Onderwerpvoorwaarde en 22 niet aan de Betrokkenevoorwaarde. [beslagene] is dan ook van mening dat Groot & Evers de beschikking niet te goeder trouw uitvoert en hij heeft daarom bezwaar gemaakt bij Groot & Evers bij brief van 30 maart 2026. Groot & Evers wordt door Aprisco c.s. onder zware druk gezet om maar zo veel mogelijk bescheiden vrij te geven, aldus [beslagene] .
redelijkerwijze in verband kan worden gebracht met in onderdeel 3.2 van het dictum omschreven onderwerpen”. Bovendien geldt daarbij de Tijdvoorwaarde niet. De bezwaren van [beslagene] zijn daarnaast enkel gebaseerd op een steekproef en niet gericht tegen “
concrete in de selectie opgenomen bescheiden” zoals onderdeel 3.4 van het dictum van de Beschikking voorschrijft. Uit het arrest van de Hoge Raad blijkt overigens dat de cassatieklacht van Aprisco c.s. met betrekking tot het stellen van de Tijdvoorwaarde is geslaagd, zodat die voorwaarde van tafel is. Verder is Aprisco c.s. van mening dat het petitum in zaak 1 te onbepaald is en direct zal leiden tot executiegeschillen. De Beschikking heeft nog immer rechtskracht en is uitvoerbaar, ondanks het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland van 27 maart 2026. Het oordeel in dat vonnis dat de Beschikking integraal zou zijn vernietigd door de Hoge Raad, berust op een kennelijke misslag. Dit wordt ondersteund door de opinies van mr. A. Hammerstein en prof.mr. H.J. Snijders, die Aprisco c.s. in het geding heeft gebracht.
5.De beoordeling
op welke wijzeaan de Beschikking uitvoering moet worden gegeven.
die stukken waarvan de inhoud redelijkerwijze in verband kan worden gebracht met de in onderdeel 3.2 van het dictum omschreven onderwerpen, zonder dat in die stukken een zoekterm is vermeld”. Deze zinsnede geeft aan de deurwaarder een ruime bevoegdheid. Daar komt bij dat de tijdsbeperking die is opgenomen in de Beschikking (het zou alleen mogen gaan om stukken van na 1 januari 2010) sinds de beschikking van de Hoge Raad van 13 maart 2026 niet langer van kracht is omdat de klachten hierover van Aprisco c.s. slagen (zie r.o. 3.5.2 van de beschikking van de Hoge Raad).
die niet voldoen aan de voorwaarden van de beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, van 17 februari 2025”. Toewijzing op deze wijze zou het verschil van inzicht tussen partijen over de vraag wanneer al dan niet wordt voldaan aan die voorwaarden niet wegnemen. Dit zou dus alleen maar kunnen leiden tot nieuwe executiegeschillen.
5.11. [beslagene] wordt eveneens veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) van Aprisco c.s. als gevoegde partij. Die kosten worden begroot op: