Het hofheeft de beschikking van de rechtbank vernietigd, en de in hoger beroep gewijzigde vordering van Aprisco c.s. tot inzage in gewijzigde vorm toegewezen. Het hof heeft, voor zover in cassatie van belang, [verweerder] veroordeeld om aan Aprisco c.s. inzage of afschrift te verstrekken van alle in zijn bezit zijnde bescheiden en correspondentie (inclusief e-mails en bestanden die toegankelijk zijn via bepaalde e-mailadressen) die vanaf 1 januari 2010 namens Missy en Nativa Mariposa zijn verzonden, ontvangen of opgemaakt en aan bepaalde personen zijn verzonden of door bepaalde personen zijn ontvangen, voor zover zij betrekking hebben op, maar ook beperkt tot, ontwikkeling, beheer, verwerving, vervreemding en bezwaring van vastgoed met betrekking tot het Nativa-project, en om aan Aprisco c.s. inzage en afschrift te verstrekken van de in [verweerder] bezit zijnde fysieke administratie van Missy zoals gespecificeerd in de door Aprisco c.s. overgelegde producties. Aan zijn oordeel heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd.
Voor toewijzing van het inzageverzoek is vereist dat Aprisco c.s. een rechtmatig belang hebben bij de inzage en het afschrift, dat het gaat om bepaalde bescheiden en dat die bescheiden betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin Aprisco c.s. partij zijn. (rov. 3.9 tussenbeschikking)
De op grond van art. 843a (oud) Rv vereiste rechtsbetrekking is in beginsel al gegeven met de VSO, die is gesloten tussen alle betrokken partijen, en het beroep op vernietiging daarvan door Aprisco c.s. met mogelijk een vordering uit onverschuldigde betaling tot gevolg. In het licht van de vaststaande feiten en omstandigheden is die vordering, en mogelijk een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen, voldoende aannemelijk. De rechtsbetrekking en het belang bij gegevens dienaangaande zijn in dit stadium voldoende aannemelijk gemaakt. Het bewijsbelang van Aprisco c.s. is met de feiten en omstandigheden die door Aprisco c.s. zijn gesteld en die door [verweerder] zijn erkend, althans onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden, gegeven. Dat rechtvaardigt in beginsel de gevraagde voorziening. (rov. 3.10-3.14 tussenbeschikking)
Het belang van Missy bij inzage en afgifte van de dossiers van haar administratie, zoals die zijn gespecificeerd in de producties, is verder gegeven met het feit dat zij niet beschikt over een digitale variant daarvan. (rov. 3.15 tussenbeschikking)
De onderliggende feiten en omstandigheden geven aanleiding de toewijzing van het verzoek in tijd te beperken tot de periode waarop de bescheiden betrekking moeten hebben, aldus dat het alleen hoeft te gaan om bescheiden vanaf 1 januari 2010. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat [verweerder] zich daarvoor al ten koste van Aprisco c.s. dan wel Nativa Mariposa heeft verrijkt door verkoop van onroerende zaken uit het Nativa-project of dat Aprisco c.s. anderszins een rechtmatig belang hebben bij inzage of afgifte van bescheiden van voor dat jaar. Het door Aprisco c.s. gelegde bewijsbeslag is ook zo goed als geheel gebaseerd op onregelmatigheden (door Aprisco c.s. bestempeld als fraude) en een inzagevordering na een bewijsbeslag moet wat betreft de rechtsbetrekking en de in dat kader verlangde bescheiden in het verlengde liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag. Een ruimere toewijzing stuit hoe dan ook af op het ontbreken van voldoende concrete onderbouwing van een rechtmatig belang en de constatering dat de gevraagde bescheiden te onbepaald zijn. (rov. 3.16 tussenbeschikking)
Het belang van Aprisco c.s. bij inzage en afschrift van correspondentie met de trustkantoren Trustmoore, Secure Title Costa Rica en TMF Group Costa Rica, en met oud-bestuurder [betrokkene 1] en EY is in hoger beroep voldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij gaat het om correspondentie die [verweerder] namens Missy en Nativa Mariposa heeft gevoerd. (rov. 3.17 tussenbeschikking)
Missy heeft in beginsel een rechtmatig belang bij en recht op inzage en afschrift van bescheiden en dossiers die haar administratie vormen of daartoe behoren. Daarvoor is niet zonder meer vereist dat zij bewijsbeslag op die bescheiden heeft gelegd, maar dat neemt niet weg dat de rechtsbetrekking waarop het inzageverzoek is gestoeld in het verlengde moet liggen van de grondslag van het gelegde bewijsbeslag, indien de inzagevordering betrekking heeft op onder een bewijsbeslag rustende bescheiden. Wat daarvan ook zij, het in de akte gedane verzoek om te oordelen dat Missy een rechtmatig belang heeft bij inzage en kopieën van haar gehele administratie, digitaal en fysiek, is niet toewijsbaar. Aprisco c.s. hebben het verzoek wat betreft de administratie zowel in eerste aanleg als in hoger beroep beperkt tot de stukken die EY aan [verweerder] zou hebben afgegeven, zoals die nader zijn gespecificeerd in enkele producties van Aprisco c.s. Het nadere verzoek heeft een aanzienlijk ruimere strekking, en niet het karakter van een nadere toelichting op of verduidelijking van het aanvankelijke verzoek. Het nadere verzoek is daarmee in strijd met de ook in verzoekschriftprocedures geldende tweeconclusieregel. Niet is aangevoerd dat en waarom dit verzoek pas in de akte kon worden gedaan. Aprisco c.s. hebben nagelaten te onderbouwen dat [verweerder] over de gehele fysieke administratie beschikt. (rov. 2.7 eindbeschikking)
Het verzoek tot een ruimer inzagerecht ten aanzien van de ingangsdatum van de periode waarop het inzagerecht betrekking heeft en het onderwerp daarvan, is niet toewijsbaar bij gebrek aan onderbouwing van de voorwaarden van een dergelijk verdergaand inzagerecht. (rov. 2.8 eindbeschikking)
Gelet op de grenzen van het inzagerecht is er geen grond voor het oordeel dat het inzagerecht zich onder meer moet uitstrekken tot alle correspondentie die [verweerder] vanaf 1 januari 2010 heeft gevoerd met Trustmoore, Secure Title Costa Rica, TMF Group Costa Rica, [betrokkene 1] en EY. Voor zover die correspondentie betrekking heeft op andere onderwerpen dan het Nativa-project, dient die van de inzage te worden uitgezonderd. (rov. 2.9 eindbeschikking)
Aprisco c.s. hebben hun inzageverzoek in hun inleidende verzoekschrift beperkt tot vijftien entiteiten. Het is in strijd met de tweeconclusieregel en met de goede procesorde om het aantal entiteiten die het betreft, vervolgens uit te breiden naar 185. Aprisco c.s. stellen dat de lijsten in de producties zijn gebaseerd op informatie die naar aanleiding van de bestreden beschikking aan hen is verstrekt. Aprisco c.s. hebben in dat licht verzuimd om toe te lichten waarom een dergelijke uitbreiding in dit stadium van de procedure aanvaardbaar is. Daarvoor is in de tussenbeschikking geen ruimte gegeven. Bovendien beschikken Aprisco c.s. kennelijk al over een aanzienlijk aantal ‘brondocumenten’ aangaande 113/135 transacties. Tegen die achtergrond is onvoldoende aannemelijk gemaakt welk bewijsbelang is gediend met het uitgebreidere verzoek om inzage. (rov. 2.11 eindbeschikking)
Wat betreft de correspondentie met de genoemde personen is steeds vereist dat wordt gezocht met gebruik van een zoekterm die een combinatie is van hun naam met een ander trefwoord, bijvoorbeeld steeds een van deze namen of e-mailadressen in combinatie met een van de genoemde entiteiten en/of in combinatie met een van de bij naam genoemde vastgoedprojecten. (rov. 2.12 eindbeschikking)
Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten in beide instanties gecompenseerd, in die zin dat iedere partij geacht wordt de eigen proceskosten te dragen. (rov. 2.20 eindbeschikking)