Uitspraak
Superior Court of California, County of San Bernardino(Verenigde Staten van Amerika) van 11 augustus 2000. Deze rechterlijke beslissing houdt onder meer in de veroordeling tot de vrijheidsbenemende straf van 56 jaren tot levenslang (met de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling) van:
1.Procesgang
F.B. en anderen t. Nederlandvan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), gewezen op 21 april 2026, en partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 12 mei 2026 eventuele aanvullende standpunten schriftelijk in te dienen.
2.Identiteit veroordeelde
3.Toelaatbaarheid
Superior Court of California, County of San Bernardino, Verenigde Staten van Amerika (hierna: de VS), van 11 augustus 2000. Deze rechterlijke beslissing, waarvan een gewaarmerkte kopie is overgelegd, is onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar.
Verification of Consent, ingestemd met zijn overbrenging naar Nederland.
4.Motivering van de strafoplegging
‘parole’.Het dossier bevat informatie dat veroordeelde in 2015, 2018 en 2023
parole-verzoeken heeft ingediend, welke zijn afgewezen. De mogelijkheid tot
paroleis vergelijkbaar met de mogelijkheid in Nederland om herbeoordeling van de straf of gratie te verzoeken, zodat geen sprake is van verzwaring van de straf. Tot slot is door de officier van justitie benadrukt dat de medische zorg voor de veroordeelde in detentie in Nederland in goede handen is.
hunting trip’ gegaan.
‘hunting trip’alle vuurwapens uit het huis meegenomen, inclusief het pistool dat normaal voor [naam vrouw] werd achtergelaten.
I have ways of shutting people up or I know someone that can do it”.
parole. Aan veroordeelde is dus een levenslange gevangenisstraf opgelegd, waarbij in beginsel pas na 56 jaren een verzoek tot
parolekon worden ingediend. Echter vanaf 10 april 2009, precies na 25 jaren detentie, kwam veroordeelde gelet op zijn leeftijd al voor het eerst in aanmerking voor zogenoemd
‘elderly parole’. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde in 2015, 2018 en 2023 verzoeken tot het verkrijgen van
paroleheeft ingediend, welke zijn afgewezen.
the Board of Parole Hearingsverstrekte informatie over de procedure tot het verkrijgen van
parole.Uit die informatie blijkt dat een verzoek tot
paroletijdens een hoorzitting wordt beoordeeld door een panel van de
California Board of Parole Hearings.Om te bepalen of een gedetineerde een onredelijk gevaar vormt voor de maatschappij, indien hij in vrijheid zou worden gesteld, wordt de gedetineerde in de procedure bevraagd over zijn sociale geschiedenis, zijn psychische gesteldheid in het verleden en heden, zijn houding ten opzichte van het feit in het verleden en heden, en zijn strafblad. Ook de houding voor, tijdens en na de feiten wordt in aanmerking genomen. Daarnaast wordt bezien onder welke voorwaarden de gedetineerde veilig in vrijheid kan worden gesteld.
parolevergelijkbaar is met de Nederlandse herbeoordelingsprocedure, zodat geen sprake is van verzwaring van de straf.
5.Verzoek tot onmiddellijke schorsing van de detentie
parole-procedure heeft plaatsgevonden, feitelijk nooit een eerlijke kans gehad op vrijlating
.In het schriftelijke standpunt van 11 mei 2026 heeft de raadsvrouw dit nader toegelicht. [4] Hierdoor ontbrak het veroordeelde aan enig perspectief op verkorting van zijn detentie. Dit terwijl het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in
Murray [5] helder heeft gemaakt dat een levenslange straf alleen voldoet aan de vereisten van artikel 3 EVRM Pro als niet alleen op papier, maar ook in de praktijk een echte mogelijkheid tot verkorting bestaat. Voor veroordeelde zou verdere detentie in Nederland door zijn leeftijd, gezondheid en cognitieve achteruitgang er simpelweg toe leiden dat zijn straf opnieuw feitelijk niet meer te verkorten is. De gratieprocedure duurt in de praktijk maanden tot jaren; tijd die veroordeelde niet meer heeft. In dit verband is van belang dat het EHRM in de zaak
Vinter [6] uitdrukkelijk heeft geoordeeld dat een vrijlating die uitsluitend plaatsvindt omdat iemand terminaal ziek is of fysiek niet langer detentie kan verdragen, geen werkelijk perspectief op vrijlating vormt in de zin van artikel 3 EVRM Pro. In haar schriftelijke aanvulling heeft de raadsvrouw toegelicht dat de recente uitspraak van het EHRM in de zaak
F.B. en anderen t. Nederlandniet tot een ander standpunt leidt. Aangezien veroordeelde nooit enige vorm van re-integratieactiviteit of voorbereiding op terugkeer heeft ontvangen en hem daarmee geen daadwerkelijk perspectief op vrijlating is geboden, valt zijn situatie buiten de omstandigheden die het EHRM in deze uitspraak acceptabel heeft geacht. Dit terwijl hij al, uitgaande van het moment waarop volgens het EHRM een eerste herbeoordeling dient plaats te vinden, sinds 10 april 2025 daarvoor in aanmerking had moeten komen. Veroordeelde heeft in de VS sinds zijn aanhouding in 1984 meer dan 42 jaar onafgebroken in detentie doorgebracht zonder enige vorm van re-integratieactiviteiten of herbeoordeling en zonder traject dat voor hem duidelijk maakte wat hij moest doen om voor vrijlating in aanmerking te komen. Daarmee ontbrak volgens de raadsvrouw datgene wat het EHRM essentieel beschouwt: een concreet, kenbaar en bereikbaar pad richting mogelijke vrijlating.
F.B. en anderen t. Nederlandvan het EHRM van 21 april 2026 [8] , kortgezegd inhoudende dat de Nederlandse regeling voor levenslanggestraften niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Bij de beoordeling heeft het EHRM betrokken dat Nederland inmiddels een herbeoordelingsmechanisme van de levenslange gevangenisstraf heeft. Naast de ambtshalve procedure tot gratie kan ook een verzoek door de levenslanggestrafte worden gedaan. Het is bovendien voldoende transparant hoe het herbeoordelingsmechanisme werkt, nu de objectieve beoordelingscriteria openbaar toegankelijk zijn, zodat duidelijk is aan welke voorwaarden moet worden voldaan om voor vervroegde vrijlating in aanmerking te komen en willekeur wordt voorkomen. Ook is het herbeoordelingsmechanisme met voldoende procedurele waarborgen omkleed. Zo kan na een gemotiveerde afwijzende beslissing tot gratie of plaatsing in een re-integratiefase een civiele procedure worden gestart, met de mogelijkheid van hoger beroep. Verder kan volgens het EHRM op basis van de statistieken niet worden gezegd dat levenslange straffen in Nederland in de praktijk nooit worden gereduceerd. De levenslange straffen kunnen daarom niet worden gezien als ‘
irreducible’,zowel
de jureals
de facto.Het door de raadsvrouw gestelde risico van schending van artikel 3 EVRM Pro is dan ook geen reden om het bevel gevangenhouding te schorsen.
6.Subsidiair verzoek tot vaststellen versnellen procedure
F.B. en anderen t. Nederland. [9] In die uitspraak heeft het EHRM namelijk overwogen dat de werking van het nog relatief nieuwe Nederlandse herbeoordelingsmechanisme door middel van nationale jurisprudentie en de werking in de praktijk in de toekomst verder kan worden verduidelijkt. De rechtbank acht het denkbaar dat, in het kader van een reëel vooruitzicht op vrijlating en ter voorkoming van een eventuele onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro, een verduidelijking van de werking van het herbeoordelingsmechanisme eruit zou kunnen bestaan dat de omstandigheden dat een veroordeelde reeds 42 jaar in het buitenland gedetineerd heeft gezeten en nog maar een korte levensverwachting heeft, een spoedige behandeling rechtvaardigt.
7.Slotsom
Superior Court of California, County of San Bernardino(VS) van 11 augustus 2000 toelaatbaar en verleent daartoe verlof. Gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van veroordeelde, zal de rechtbank aan veroordeelde een levenslange gevangenisstraf opleggen. Het primaire verzoek tot schorsing van het bevel gevangenhouding onder voorwaarden wordt afgewezen. Veroordeelde zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het subsidiaire verzoek tot vaststelling dat de Nederlandse Staat gehouden is om zonder verdere vertraging een effectief en tijdig herbeoordelingsmechanisme voor veroordeelde te activeren dan wel vaststelling dat veroordeelde versneld om gratie kan verzoeken.
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
Superior Court of California, County of San Bernardino, Verenigde Staten van Amerika, van 11 augustus 2000 aan
[veroordeelde]opgelegde gevangenisstraf en verleent daartoe verlof.
levenslange gevangenisstraf.