Uitspraak
1.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
2.Onderzoek van de zaak
3.Tenlastelegging
4.Vonnis waarvan beroep
5.Vrijspraken
6.Zaak A1: De moord/doodslag op [slachtoffer 1]
Summary of product characteristics) dat ongeveer 10% van de toegediende dosis onveranderd wordt uitgescheiden in de urine. Het feit dat in de urine van [slachtoffer 1] geen sporen van succinylcholine zijn aangetroffen, levert derhalve een sterke aanwijzing op dat hij niet aan die stof is blootgesteld. De afwezigheid van succinylcholine in de urine maakt het zeer waarschijnlijk dat de aanwezigheid van succinylmonocholine op andere plaatsen in het lichaam van [slachtoffer 1] post mortem is ontstaan door micro-organismen.
- De verdachte heeft twee keer het middel succinylcholine aangeschaft en in Nederland voorhanden gehad, waarbij tussen deze aanschafmomenten een aantal maanden heeft gezeten;
- Om de beschikking te krijgen over dit in Nederland niet vrij verkrijgbare middel heeft de verdachte de hulp gevraagd van [bijnaam] die het middel vanuit de Dominicaanse Republiek tot twee keer toe aan de verdachte heeft doen toekomen;
- Om het middel te kunnen injecteren heeft de verdachte injectiespuiten voorhanden gehad;
- De verdachte heeft een rol gespeeld bij het binnen een kort tijdsbestek afsluiten van diverse verzekeringen (1 overlijdensrisicoverzekering voor een aanzienlijk bedrag en 3 uitvaartverzekeringen) op naam van [slachtoffer 1];
- Door toedoen van de verdachte hebben zeer kort na het sluiten van die verzekeringen wijzigingen in de polissen plaatsgevonden waardoor zijn moeder begunstigde werd van die verzekering. Bijj overlijden van [slachtoffer 1] konden de uit te keren verzekeringsgelden via de moeder feitelijk bij de verdachte komen.
7.Zaak B1: De moord/doodslag op [slachtoffer 2]
Summery of product characteristics” blijkt dat ongeveer 10% van de toegediende dosis succinylcholine
Inschrijving in de Kamer van Koophandel
- De slachtoffers betroffen in beide zaken jongens afkomstig uit de Dominicaanse Republiek;
- De slachtoffers waren de Nederlandse taal niet machtig waardoor zij zich in een min of meer kwetsbare positie bevonden omdat zij de taal niet kenden;
- De verdachte wierp zich op als administrateur en regelaar voor praktische en financiële zaken voor de slachtoffers en maakte hen op deze wijze van hem afhankelijk;
- In beide zaken zijn overlijdensrisicoverzekeringen afgesloten of pogingen daartoe terwijl in beide gevallen kort voor het overlijden de begunstigde in de persoon van de verdachte of zijn moeder was gewijzigd;
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn ieder kort na het afsluiten van verschillende opeenvolgende overlijdensrisico/uitvaartverzekeringen overleden;
- In beide zaken kan het overlijden worden verklaard door de stof succinylcholine.
- De verdachte heeft het middel succinylcholine aangeschaft en in Nederland voorhanden gehad;
- Om de beschikking te krijgen over dit in Nederland niet vrij verkrijgbare middel heeft de verdachte de hulp gevraagd van [bijnaam] die het middel vanuit de Dominicaanse Republiek aan de verdachte heeft doen toekomen;
- De verdachte heeft een sturende rol gehad bij het aanvragen van overlijdensrisicoverzekeringen op naam van [slachtoffer 2]. Kort na het sluiten van de overlijdensrisicoverzekering bij DELA is de begunstigde gewijzigd in de persoon van de verdachte;
- Enkele weken na voornoemde wijziging wordt het levenloze lichaam van [slachtoffer 2] aangetroffen en 4 dagen later heeft de verdachte aan DELA verzocht het verzekeringsgeld aan hem uit te keren.
8.Zaak B2: Pogingen tot oplichting van verzekeringsmaatschappijen ING en TAF
9.Zaak C: Oplichting van de familie van [slachtoffer 2]
10.Bewezenverklaring
11.. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
12.. Strafbaarheid van de verdachte
13.. Op te leggen straf
“It is for the States to decide – and not for the Court to prescribe – what form (executive or judicial) that review should take.”) Door de verdediging is niet betwist – en het hof gaat ervan uit - dat de (thans) minister van Justitie en Veiligheid kwalificeert als een bestuurlijke autoriteit in de door het EHRM bedoelde zin.
14..Beslag
15.. Vorderingen van de benadeelde partijen
16.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
17.BESLISSING
levenslange gevangenisstraf.
,nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 4.780,00 (vierduizend zevenhonderdtachtig euro)aan materiële schade.
€ 3.712,17 (drieduizend zevenhonderdtwaalf euro en zeventien cent).
€ 4.780,00 (vierduizend zevenhonderdtachtig euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
57 (zevenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 15.702,66 (vijftienduizend zevenhonderdtwee euro en zesenzestig cent) bestaande uit € 13.702,66 (dertienduizend zevenhonderdtwee euro en zesenzestig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade..
€1.533,06 (eenduizend vijfhonderd drieëndertig euro en zes cent).
€ 15.702,66 (vijftienduizend zevenhonderdtwee euro en zesenzestig cent) bestaande uit
113 (honderddertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
2.485,52 (tweeduizend vierhonderdvijfentachtig euro, en tweeënvijftig cent) aan materiële schade.
2.485,52 (tweeduizend vierhonderdvijfentachtig euro, en tweeënvijftig cent) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
34 (vierendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.