ECLI:NL:RBAMS:2026:2501
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij terugkeerbesluit en beoordeling identiteit asielzoeker
Eiser, een staatloze Koerdische minderjarige, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen vanwege ongeloofwaardigheid van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De rechtbank bevestigt dat de minister terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid op basis van taalanalyse en onderzoek van Bureau Documenten, die wezen op inconsistenties en onbetrouwbaarheid van overgelegde documenten.
Daarnaast stelde eiser dat hij als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv’er) recht had op een buitenschuldvergunning en adequate opvang, wat de minister onvoldoende voortvarend onderzocht. De rechtbank oordeelt dat de minister te laat onderzoek deed, maar dat eiser niet in zijn belangen is geschaad omdat er geen aanwijzingen zijn dat hij geen adequate opvang had bij zijn ouders.
Cruciaal is dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit naar Syrië, Irak en Turkije geen actuele beoordeling maakte van het risico op refoulement, wat een motiveringsgebrek oplevert. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het terugkeerbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op refoulement.