Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
nou nog op [naam bedrijf 2]” koopt. Uit andere berichten tussen [verdachte] en [persoon 4] zou blijken dat [persoon 4] een onderneming zou opzetten, waarin hij, en niet de eigenaar van de onderneming, alles leek te regelen. Tot slot blijkt uit WhatsApp-berichten dat ook andere personen, waarvan de gegevens niet in [bedrijf B.V. van verdachte] ’s klantdossiers van [persoon 5/naam bedrijf 4] zijn opgenomen, auto’s kopen met gebruikmaking van het bedrijf [persoon 5/naam bedrijf 4] .
Autoplatz” die door Arabische en Palestijnse “
familienclans” wordt beheerd. [persoon 6/naam bedrijf 3] heeft over de jaren 2015 en 2016 (dus vóór de tenlastegelegde periode) geen aangiften omzetbelasting ingediend. Ook wordt [persoon 6/naam bedrijf 3] aangemerkt als “
missing trader” en is er een strafrechtelijk onderzoek tegen hem gestart vanwege het niet aangeven van ICL’s. Dit onderzoek is echter gestopt vanwege een gebrek aan bewijs.
.De rechtbank oordeelt dan ook dat met betrekking tot voornoemde bedrijven niet kan worden vastgesteld dat elders in de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] btw-fraude heeft plaatsgevonden.
my second firm”. Hieruit blijkt dat hij feitelijk zeggenschap heeft over de bedrijven. Ook bepaalt [persoon 7] aan welk bedrijf [bedrijf B.V. van verdachte] moet factureren en schrijft [persoon 7] in een WhatsApp-bericht dat hij bij een Bulgaarse firma maar weinig btw hoeft te betalen. Tot slot vindt 98% van de betalingen contant plaats en volgt uit het dossier dat de e-mails niet worden gestuurd via adressen die kunnen worden gekoppeld aan de bedrijven voor wie [persoon 7] zou werken, maar via gratis adressen.
my second firm” alleen zo kunnen worden uitgelegd dat hij feitelijk zeggenschap had over autobedrijven. Het is immers geenszins ondenkbaar dat hij zo zou kunnen spreken over een bedrijf dat hij vertegenwoordigt. Dat [bedrijf B.V. van verdachte] zich met betrekking tot [persoon 7] heeft schuldig gemaakt aan het overleggen van valse facturen, valse verklaringen of andere manipulaties van bewijs, die kunnen beletten dat de belasting juist wordt geheven, kan niet worden vastgesteld. Ten aanzien van [persoon 7] kan dan ook dat niet worden bewezen dat [bedrijf B.V. van verdachte] zelf btw-fraude heeft gepleegd.
.Tot slot zijn ook de SCAC-verzoeken van [naam bedrijf 7] en [naam bedrijf 8] aangevraagd met betrekking tot een ander autobedrijf dan [bedrijf B.V. van verdachte] . Wat de informatie hieruit zou kunnen zeggen over de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] , kan dan ook niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dan ook dat met betrekking tot voornoemde bedrijven niet kan worden vastgesteld dat elders in de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] btw-fraude heeft plaatsgevonden.
ingewikkeld” zijn, en zegt hij: “
I have opened another company”, waarmee vermoedelijk [naam bedrijf 11] wordt bedoeld. Hieruit blijkt dat [persoon 8] zelf kan beschikken over dit bedrijf. Tot slot is een WhatsApp-bericht in het dossier opgenomen, waaruit blijkt dat [persoon 8] de handtekening van de eigenaar van [naam bedrijf 10] op een volmacht niet wil vervalsen, omdat deze handtekening te ingewikkeld is om na te maken.
I have opened another company” met een welwillende blik ook genuanceerder worden uitgelegd dan dat [persoon 8] heeft bedoeld dat hij daadwerkelijk zelf de feitelijke zeggenschap heeft over dit andere bedrijf. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat hij zo zou kunnen verwijzen naar een ander bedrijf waarvoor hij als vertegenwoordiger gaat optreden. Hierbij is van belang dat beide gespreksdeelnemers niet in hun eigen taal communiceren. Dat [bedrijf B.V. van verdachte] zich met betrekking tot [persoon 8] heeft schuldig gemaakt aan het overleggen van valse facturen, valse verklaringen of andere manipulaties van bewijs, die kunnen beletten dat de belasting juist wordt geheven, kan dan ook niet worden vastgesteld. Ten aanzien van [persoon 8] kan daarom niet worden bewezen dat [bedrijf B.V. van verdachte] zelf btw-fraude heeft gepleegd.
.De omstandigheid dat uit antwoorden op SCAC-verzoeken naar voren komt dat genoemde bedrijven auto’s op hun beurt hebben doorgeleverd aan een missing trader, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank oordeelt dan ook dat met betrekking tot de autohandel met voornoemde bedrijven niet kan worden vastgesteld dat elders in de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] btw-fraude heeft plaatsgevonden.
Roemenië” voorkomt. In gesprekken met een contactpersoon deelt [verdachte] mee dat hij niet wil dat er een Roemeense trailer bij [bedrijf B.V. van verdachte] komt, die de door de Italiaanse bedrijven gekochte auto’s komt ophalen. Ook deelt hij in een gesprek mee dat hij wil dat er vanaf een Italiaans bankrekeningnummer wordt betaald. Daarnaast zijn er volmachten geantedateerd en zit er een volmacht in een verkeerd klantdossier. [persoon 10] zegt in een WhatsApp-bericht tegen [verdachte] dat hij de “
buyer” of “
customer car” meeneemt naar [bedrijf B.V. van verdachte] , terwijl deze auto wordt gefactureerd aan [naam bedrijf 16] . Tot slot volgt uit een gesprek tussen [verdachte] en een medewerker van [bedrijf B.V. van verdachte] , dat een van de Roemeense contactpersonen, [naam bedrijf 15] , een auto wil kopen. Of dat kan, ligt aan het antwoord op de vraag op welke firma hij de auto wil kopen, omdat hij er nogal wat heeft. Hieruit blijkt dat het niet de eigenaar, maar de contactpersoon is die beslist welke auto’s worden aangekocht. Ook zijn CMR’s aangetroffen voor verschillende bedrijven, waarbij auto’s naar hetzelfde adres zijn vervoerd. De volmachten van de bedrijven met [naam 1] in de naam vertonen daarnaast veel overeenkomsten.
.Tot slot is het SCAC-verzoek aangevraagd met betrekking tot een ander bedrijf dan [bedrijf B.V. van verdachte] . Wat de informatie uit de beantwoording van het SCAC-verzoek zou kunnen zeggen over fraude in de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] , kan dan ook niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt daarom dat met betrekking tot de autohandel met [naam bedrijf 16] niet kan worden vastgesteld dat elders in de handelsketen met [bedrijf B.V. van verdachte] btw-fraude heeft plaatsgevonden.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
216 (tweehonderdzestien) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 108 (honderdacht) dagen.
6 (zes) maanden.
niet ten uitvoer gelegdzal worden,
tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
teruggave aan [verdachte]van: