ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9861
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. Koene
- K.A. Brunner
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks duurzaam verblijf in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot executieoverlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. De opgeëiste persoon, een Poolse onderdaan met duurzaam verblijf in Nederland, werd verdacht van een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf van één jaar is opgelegd, waarvan nog bijna een jaar rest.
De verdediging voerde aan dat vanwege het duurzame verblijf in Nederland en sociale integratie overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW). De officier van justitie betoogde dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft over het feit en dat dit vereiste niet buiten toepassing kan worden gelaten.
De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon inderdaad voldoet aan de materiële voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar dat Nederland geen rechtsmacht heeft over het feit. Omdat het rechtsmachtvereiste niet in strijd is met hogere rechtsbeginselen, kan dit niet worden genegeerd. De weigeringsgrond is daarom niet van toepassing en de overlevering wordt toegestaan.
De rechtbank overwoog tevens dat overname van de tenuitvoerlegging in Nederland niet mogelijk is, omdat de opgeëiste persoon Polen niet is ontvlucht. De uitspraak is definitief en staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.