ECLI:NL:RBAMS:2009:BH2341
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. F.J.M. de Werd
- M.M. van der Nat
- J.H.J. Evers
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van opgeëiste persoon aan Polen voor tenuitvoerlegging vrijheidsstraf
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse staatsburger op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de Poolse rechter. De opgeëiste persoon werd verdacht van oplichting en vervalsing van administratieve documenten, feiten waarvoor een vrijheidsstraf van vier jaar is opgelegd, waarvan nog ruim drie jaar te ondergaan is.
Tijdens de procedure werd onder meer het rechtsmachtvereiste van artikel 6 lid 5 van Pro de Overleveringswet (OLW) besproken. De verdediging voerde aan dat dit vereiste in strijd zou zijn met het fundamentele Europese rechtsbeginsel van resocialisatie van veroordeelde Unieburgers. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat dit geen algemeen of fundamenteel rechtsbeginsel vormt dat de toepassing van het rechtsmachtvereiste kan verhinderen.
De rechtbank constateerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan, inclusief de dubbele strafbaarheid en het ontbreken van een onschuldverweer. Op basis hiervan werd de overlevering toegestaan zonder mogelijkheid tot gewoon rechtsmiddel. De procedure kende meerdere zittingen en schriftelijke behandelingen, waarbij ook de status van de opgeëiste persoon als ingezetene werd onderzocht maar niet relevant werd geacht voor de beslissing.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.