ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1772
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- J.C. Boeree
- H.P.H.I. Cleerdin
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Poolse veroordeelde ondanks rechtsmachtvereiste in Overleveringswet
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse veroordeelde die in Polen was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1,5 jaar, waarvan nog 9 maanden resteren. De verdediging voerde aan dat het rechtsmachtvereiste in artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW) discriminerend is en strijdig met hogere regelgeving, waaronder artikel 12 EG Pro-Verdrag en het Handvest van grondrechten van de EU. Tevens stelde de verdediging dat Nederland de straf zou moeten overnemen op grond van artikel 68 SUO Pro en het Aanvullend Protocol bij het VOGP, waardoor overlevering niet nodig zou zijn.
De officier van justitie en de rechtbank verwierpen deze argumenten. De rechtbank oordeelde dat het onderscheid op basis van nationaliteit gerechtvaardigd is door het belang van het voorkomen van straffeloosheid. De OLW is niet in overeenstemming met het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, maar de rechtbank kan het rechtsmachtvereiste niet buiten toepassing laten zonder strijd met een wet in formele zin. Bovendien bleek dat de veroordeelde niet is gevlucht in de zin van de bepalingen die overname van straf mogelijk maken.
De rechtbank zag geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Poolse veroordeelde aan Polen toe ondanks het rechtsmachtvereiste in de Overleveringswet.