ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9060
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Portugal ondanks rechtsmachtvereiste en humanitaire omstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Portugese veroordeelde die sinds 1999 in Nederland woont en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft. De opgeëiste persoon is gehuwd en heeft vijf kinderen, waarvan een ernstig ziek kind onder behandeling is in een Nederlands ziekenhuis. Het Europese aanhoudingsbevel (EAB) betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twintig jaar, waarvan nog ruim vier jaar moet worden uitgezeten.
De verdediging voerde aan dat het rechtsmachtvereiste van de Overleveringswet (OLW) niet van toepassing zou moeten zijn, mede vanwege de humanitaire omstandigheden en het toekomstige kaderbesluit dat de overname van strafvonnissen mogelijk maakt. De rechtbank oordeelde echter dat het rechtsmachtvereiste formeel geldt en dat Portugal niet is aangesloten bij het EVIG of het aanvullend protocol van het VOGP, waardoor geen minder bezwarende alternatieven voor het voorkomen van straffeloosheid bestaan.
De rechtbank verwierp het standpunt dat de opgeëiste persoon als ontvluchter moet worden beschouwd en erkende dat de wetgever nog geen mogelijkheid heeft geboden om het vonnis over te nemen. Ondanks de humanitaire situatie van het kind kan dit pas een rol spelen na toelaatbaarheid van de overlevering. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan, waarbij de officier van justitie wordt aangemoedigd om de bevoegdheid op grond van artikel 35 OLW Pro te benutten.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Portugal toe ondanks het rechtsmachtvereiste en humanitaire omstandigheden.