Conclusie
1.[verweerder 1] h.o.d.n. [A] (hierna: ‘ [verweerder 1] ’)
[verweerster 2] B.V.
total lossverklaard is geweest. [eiser] heeft geprobeerd om de schade aan de auto vergoed te krijgen door de bestuurder van de andere bij de aanrijding betrokken auto, de eigenaar van die auto en de aansprakelijkheidsverzekeraar van die auto in Duitsland in rechte aan te spreken, maar had daarbij geen succes. Ook zijn cascoverzekeraar heeft geweigerd de schade te vergoeden. In december 2021 heeft [eiser] de auto met verlies aan een handelaar verkocht.
1.Feiten
Beurteilung reparaturwürdig
A-G]
Felge Reifen vl.- Felge Reifen hl. des Fahrzeuges entstanden
total loss) geregistreerd in het ‘Hinweis- und Informationssystem der deutschen Versicherungswirtschaft’ (hierna: ‘HIS’). Dit is een extern verwijzingsregister dat door Duitse (auto-)verzekeraars wordt bijgehouden. Op verzoek is het voor een eigenaar mogelijk om een uitdraai uit het HIS te krijgen.
Reparierte Vorschäden
A-G]
und lackiert. Die Stoßstange vorne wurde demontiert, zerlegt und lackiert. Die Motorhaube[motorkap,
A-G]
wurde demontiert und lackiert. Der Kotflügel rechts wurde lackiert.”
Wir haben ja dat uber gerdet das kottflugel nach meine Meinung neu war aber laut dein Messgerät nicht aber wenn ich dir helfen kan sag das den mann so das es am Gunstigsten fur dein unfall ist.”
Hiermit bestatingen wir das der porsche 997 mit fahrgestellnr [001] unfallfrei ist nur teilen sind nachlackiert.”
2.Procesverloop
Eerste aanleg
Sehr geehrte Damen und Herren,
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Veegklacht”.
[…] / […] [10] heeft gegeven. Volgens het onderdeel heeft Uw Raad slechts geoordeeld dat er in elk geval geen sprake is van conformiteit, indien een tweedehands auto de verkeersveiligheid in gevaar brengt terwijl hij bedoeld is om in te rijden. Volgens de klacht heeft het hof dit omgedraaid door te oordelen dat een tweedehands auto aan de overeenkomst voldoet, indien met de auto kan worden gereden zonder gevaar voor de verkeersveiligheid.
KTDC/Impro Hergiswil A.V., [11] aan dat het hof met zijn uitleg heeft miskend dat hetgeen de koper van de eigenschappen van de gekochte zaak mag verwachten, afhangt van alle relevante omstandigheden van het geval. In dit verband stelt het onderdeel, onder verwijzing naar conclusies van twee van mijn (voormalig) ambtgenoten, [12] dat het gerechtvaardigde verwachtingspatroon van de koper omtrent de eigenschappen van de zaak bepalend is. Volgens de klacht heeft het hof dit miskend in rov. 6.7.9. door daar een verkeerde uitleg aan het arrest
[…] / […]te geven en heeft het hof dit ook miskend in de beschrijving van het juridisch kader van non-conformiteit in de zin van art. 7:17 BW Pro zoals geschetst in rov. 6.7.4.
gewone” tweedehands auto waar niet veel bijzonders mee was, terwijl de auto
total lossis geweest. Daardoor heeft [eiser] een auto gekocht die aanzienlijk minder waard was en in feite, zonder dat hij dat wist, onverzekerbaar rondreed, aldus het onderdeel. [14]
[…] / […], waarin Uw Raad heeft geoordeeld dat “
een (tweedehands) auto niet aan de overeenkomst beantwoordt indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, gebruik van de auto door ermee aan het verkeer deel te nemen gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren”. [23]
alleenbij ongeschiktheid voor normaal of bijzonder gebruik sprake kan zijn van non-conformiteit. Het hof heeft, zo herhaal ik, de inhoud van art. 7:17 lid 1 en Pro lid 2 BW vrijwel letterlijk weergegeven. In de tekst van lid 2 (en van het niet door het hof geciteerde lid 3) is niet in expliciete zin aangegeven dat ook buiten de in de wet genoemde gevallen sprake kan zijn van non-conformiteit. Toch is dat buiten discussie (randnummer 3.9 hiervoor) en wordt dat als het ware in de tekst van de wet gelezen. Het ligt tegen deze achtergrond niet voor de hand aan te nemen dat het hof met zijn bijna letterlijke weergave van deze tekst, wel heeft willen aannemen dat van een limitatieve invulling door de wetgever sprake is.
total lossis geweest, hebben verkocht als een “
gewone” tweedehands auto waar niet veel bijzonders mee was.
unfallfrei” was) hebben gegeven. Aan die conclusie is het hof niet toegekomen, gelet op de in het licht van de gemotiveerde betwisting door [verweerders] onvoldoende onderbouwing van de betreffende stelling door [eiser] . Hetzelfde geldt voor de stelling van [eiser] dat [verweerders] wisten van het schadeverleden van de auto (hetgeen tot een mededelingsplicht zou leiden). Gelet op het partijdebat zijn beide oordelen overigens goed te volgen en in ieder geval niet onbegrijpelijk. In rov. 6.7.8. heeft het hof vervolgens, voor zover [eiser] heeft willen betogen dat [verweerders] zelf onderzoek naar het ongevalsverleden van de auto hadden moeten doen, geoordeeld dat daarvoor niet zonder meer grond was. Voor een dergelijk onderzoek zou, zo lees ik rov. 6.7.8., aanleiding zijn wanneer [verweerders] voorafgaand aan of ten tijde van de verkoop aan [eiser] wisten of behoorden te weten dat de auto niet de eigenschappen bezat die nodig zijn voor het normaal gebruik van de zaak. Dat van een dergelijke, in mijn woorden: ‘verontrustende indicatie’, sprake was, heeft [eiser] volgens het hof niet voldoende onderbouwd, zodat het hof, voor zover [eiser] heeft willen betogen dat [verweerders] zelf onderzoek naar het ongevalsverleden van de auto moesten doen, hem daarin niet heeft gevolgd. Daargelaten of dat ‘ten onrechte’ is gebeurd, heeft het hof in de bestreden rechtsoverwegingen niet in het kader van de non-conformiteitsvraag (overwegend) gewicht toegekend aan hetgeen de verkopers aan onderzoek en mededelingen hadden moeten doen. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag.
[…] / […]heeft miskend. Deze klacht mist feitelijke grondslag. Anders dan de klacht suggereert, heeft het hof in rov. 6.7.9. niet geoordeeld dat een auto slechts niet-conform is als er een gebrek aan kleeft dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld én gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou meebrengen. In die overweging heeft het hof eerst benoemd dat de vraag voorligt of de auto aan de koopovereenkomst heeft beantwoord. Het hof heeft daarna verduidelijkt dat het in het onderhavige geval niet gaat om (on)geschiktheid voor bijzonder gebruik maar om (on)geschiktheid voor normaal gebruik. Het hof heeft vervolgens naar het arrest
/ […]verwezen, waarin Uw Raad een meer algemene lijn heeft gegeven voor (non-)conformiteit vanwege verkeersonveiligheid (zie hierover randnummer 3.10 hiervoor). Na deze verwijzing heeft het hof, gelet op hetgeen [eiser] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft gezegd, geoordeeld dat [eiser] niet voldoende heeft onderbouwd dat hij niet zonder gevaar voor de verkeersveiligheid aan het verkeer heeft kunnen deelnemen en, zo begrijp ik het hof,
evenmindat de auto (anderszins) niet de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik ervan nodig waren. Anders dan de klacht betoogt, heeft het hof de regel van
[…] / […]dus niet omgedraaid door te oordelen dat een tweedehands auto aan de overeenkomst voldoet, indien met de auto kan worden gereden zonder gevaar voor de verkeersveiligheid.
tadellosen Zustand” waarin de auto zou hebben verkeerd toen [verweerders] de auto in Duitsland van een particulier kochten. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis [25] voert het onderdeel in dit verband aan dat op een professionele koper een zwaardere onderzoeksplicht rust dan op een particuliere koper, vooral indien de eerstbedoelde koper de zaak van een particuliere verkoper koopt.
Dit te meer”) van de stelling dat bij [verweerder 1] twijfel moet zijn gerezen over de “
tadellosen Zustand” van de auto ten tijde van de koop door [verweerder 1] van een particulier in Duitsland, wijst het onderdeel nog op de stelling van [verweerders] dat [eiser] dacht dat de auto, ook na het meten met een lakdiktemeter, in de fabriekslak stond. Volgens hun eigen stellingen zouden het juist [verweerders] zijn geweest die hebben gezegd dat het spatbord linksvoor gespoten was en dus zouden hebben gewezen op mogelijke eerdere schade. Wanneer dat het geval was, zou [verweerder 1] als professionele handelaar in tweedehands auto’s zeker hebben getwijfeld of moeten twijfelen aan de “
tadellosen Zustand” van de auto.
[…] /Westminster Rental [26] heeft miskend. Volgens het onderdeel blijkt uit dit arrest dat een professionele autoverkoper als [verweerders] , die weet dat het overgespoten zijn van de spatborden duidt op schade aan de auto, in beginsel met een mededeling daarover aan de koper kan volstaan,
mitshij de bestaande twijfel omtrent de juistheid van de staat van de auto met voldoende duidelijkheid aan de koper mededeelt. In dit geval heeft [verweerder 1] , aldus het onderdeel, ondanks de twijfels die hij, gezien het overgespoten zijn van het voorspatbord, moest hebben gehad, geen enkele mededeling gedaan, laat staan een mededeling die, zoals het genoemde arrest vereist, duidelijk genoeg was voor [eiser] , zodat [eiser] nader onderzoek kon (laten) doen.
unfallfrei” was, dat [verweerders] wisten dat sprake was van een schadeverleden, of dat [eiser] verder moest onderbouwen dat (rov. 6.7.8.) [verweerders] – naar ik begrijp [27] – het schadeverleden van de auto hadden moeten onderzoeken of dat [verweerders] ten tijde van de verkoop van de auto wisten of behoorden te weten dat de auto niet de eigenschappen bezat die nodig zijn voor het normaal gebruik ervan.
[…] / […] en Rantonaldaar niet
to the point. Daar is te lezen dat met de woorden “
en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen” in de zin van de tweede volzin van art. 7:17 lid 2 BW Pro wordt gerefereerd aan de onderzoeksplicht die afhankelijk van de omstandigheden van het geval op de koper kan rusten en dat hiervoor de hoedanigheid van partijen van belang zal zijn in de zin dat op een professionele koper een zwaardere onderzoeksplicht zal rusten dan op een particuliere koper, met name indien de eerstbedoelde koper de zaak van een particuliere verkoper heeft gekocht. [29] De parlementaire geschiedenis ziet op het geval dat een (professionele) koper van mening is dat hij een zaak geleverd heeft gekregen die niet geschikt is voor normaal gebruik en de (particuliere) verkoper hem tegenwerpt dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Dat is een ander geval dan het onderhavige. In het onderhavige geval gaat het om de particuliere koper [eiser] die van mening is dat de door professionele verkopers [verweerders] afgeleverde auto niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. De door de klacht onderstreepte passage in de parlementaire geschiedenis heeft betrekking op de vraag of het verschil zou maken voor de vraag naar een eventuele onderzoeksplicht van de koper (en de in dat verband te verlangen inspanningen) of de koper niet een particulier is maar een professional. Het antwoord, niet verrassend, luidt bevestigend. Zo zou het verschil hebben kunnen maken dat [eiser] een handelaar zou zijn geweest. De klacht suggereert echter dat van
verkoper[verweerders] in de relatie tot koper [eiser] op het vlak van onderzoek meer kon worden verwacht. Wat daar verder van zij, dit volgt in ieder geval niet uit de bedoelde passage in de parlementaire geschiedenis en evenmin uit het daarin genoemde arrest van Uw Raad. [30]
[…] /Westminster Rentalmag niet baten. [31] In dit arrest heeft Uw Raad in het kader van het dwalingsleerstuk geoordeeld dat ook een professionele autoverkoper in beginsel, mits hij de bestaande twijfel omtrent de juistheid van de kilometerstand met voldoende duidelijkheid aan de koper mededeelt, met een dergelijke mededeling mag volstaan en aan de koper mag overlaten of deze daaromtrent nader onderzoek wenst te (laten) doen. [32] Het arrest gaat over de vraag wanneer de verkoper aan zijn mededelingsplicht heeft voldaan. In het onderhavige geval draait het om een vraag die daaraan voorafgaat: was er reden voor twijfel die zou dwingen tot het meedelen daarvan? Was er wel een mededelingsplicht? Het hof heeft geoordeeld dat [eiser] niet voldoende heeft onderbouwd dat sprake was van een mededelingsplicht (zie hierover randnummer 3.29 hiervoor). Gelet op dit oordeel, dat niet onbegrijpelijk is (randnummers 3.16-3.19 hiervoor), is het hof niet toegekomen aan de regel uit het arrest
[…] /Westminster Rental. [33]
unfallfrei” werd aangeprezen;
[eiser]als (partij)getuige die kan verklaren omtrent de aanprijzen van het voertuig als zijnde “
unfallfrei”, alsmede het ná aankoop vastgestelde schadeverleden (en de hieraan verbonden gevolgen);
International Strategies Group/The Royal Bank of Scotland [36] en
[…] /TMF. [37]
unfallfrei” was, althans dat zij de auto als zodanig hebben aangeprezen (rov. 6.7.2.). [verweerders] hebben dat betwist (rov. 6.7.3.). Het hof heeft in rov. 6.7.6. vastgesteld dat de koopovereenkomst is gesloten in een telefoongesprek tussen [eiser] en [verweerder 1] , na [eiser] eerste bezoek aan [verweerders] en voorafgaand aan het tweede bezoek tijdens welk het contract werd ondertekend. Vaststaat ook dat [betrokkene 2] alleen bij het tweede bezoek aanwezig was. Niet gesteld of gebleken is, zo heeft het hof daarop overwogen, dat [eiser] het telefoongesprek waarin de koopovereenkomst werd gesloten, in aanwezigheid van [betrokkene 2] heeft gevoerd. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat het bewijsaanbod om [betrokkene 2] als getuige te horen “
die kan verklaren dat het voertuig reeds ten tijde van de aankoop als “unfallfrei” werd aangeprezen” daarom niet ter zake dienend is.
unfallfrei” werd aangeprezen (randnummer 3.38 hiervoor). [betrokkene 2] was echter niet aanwezig bij het eerste bezoek van [eiser] en niet gesteld of gebleken is dat hij aanwezig was bij het telefoongesprek waarin de koopovereenkomst werd gesloten. Hij kan dus niet verklaren dat de auto reeds ten tijde van de aankoop als “
unfallfrei” werd aangeprezen. Dat het hof bij die stand van zaken het bewijsaanbod heeft gepasseerd is onjuist noch onbegrijpelijk.
[betrokkene 2] kan verklaren wat partijen zeiden toen de Porsche werd opgehaald” terwijl “
dit een indicatie kan zijn van wat eerder telefonisch werd besproken”. Aan de daaraan door het onderdeel te verbinden conclusie staat reeds in de weg dat dit een
anderaanbod is dan door [eiser] is gedaan. De verwijzing in dit verband naar de arresten van Uw Raad inzake
International Strategies Group/The Royal Bank of Scotlanden
[…] /TMF, die inderdaad betrekking hebben op de vraag of latere gedragingen een rol kunnen spelen bij de uitleg van een rechtshandeling, kan in dit verband niet baten. Daar wordt het bewijsaanbod niet anders van.