ECLI:NL:HR:2018:919

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2018
Publicatiedatum
14 juni 2018
Zaaknummer
17/02501
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over non-conformiteit bij koop registergoed

In deze zaak vorderden kopers de vernietiging of aanpassing van de koopovereenkomst wegens non-conformiteit van het registergoed, op grond van artikel 7:17 BW Pro. De rechtbank Limburg wees de vordering af, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch dit vonnis bekrachtigde. De kopers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van rechtbank en hof voor het gedingverloop en de feitelijke beoordeling. In cassatie is overwogen dat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de koper geen recht heeft op nakoming of ontbinding wegens non-conformiteit van het registergoed. Tevens worden de kosten van het cassatiegeding aan de kopers opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vice-president.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de kopers wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

15 juni 2018
Eerste Kamer
17/02501
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/190053/HA ZA 14-201 van de rechtbank Limburg van 7 oktober 2015;
b. het arrest in de zaak 200.185.668/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 20 april 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.023,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president G. de Groot op
15 juni 2018.