Conclusie
Nummer24/01327 P
De procedure
Het eerste middel
De berekening en de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
soortgelijke feiten” in de periode van 1 juni 2015 tot en met 1 augustus 2016 waaromtrent (naar ’s hofs oordeel) voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan. Van de ontneming van voordeel uit de maand augustus 2016 heeft het hof afgezien op de grond dat de handel in die periode wél ten laste is gelegd, maar niet in de bewezenverklaring is opgenomen.
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
kanhet wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs worden toegerekend. [3]