Conclusie
1.Techfront Ventures B.V. (hierna: Techfront)
Watergraafsmeer)
De Duckenburg)
Techfront c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
Group A)
[betrokkene 1]), die het hof mede aansprakelijk houdt uit art. 6:162 BW Pro jegens Techfront c.s. In cassatie wordt onder meer geklaagd over dit oordeel. M.i. kan het bestreden arrest in stand blijven. Deze zaak hangt samen met 24/03062, waarin ik vandaag eveneens concludeer (ook strekkende tot verwerping).
1.Feiten
arrest). [1]
[betrokkene 2]), [betrokkene 3] (hierna:
[betrokkene 3]), [betrokkene 4] (hierna:
[betrokkene 4]), [betrokkene 5] (hierna:
[betrokkene 5]), [betrokkene 6] (hierna:
[betrokkene 6]) en [betrokkene 7] (hierna:
[betrokkene 7]) zijn familie van elkaar. [betrokkene 1] is oprichter en eigenaar van meerdere vennootschappen in België. Deze vennootschappen worden (indirect) door hem en/of familieleden bestuurd. In de voor deze zaak relevante periode werd:
Safami) door [betrokkene 1] en [de N.V.] ,
Narwal) door [betrokkene 4] en [betrokkene 5] ,
Lumia) door [betrokkene 6] en [betrokkene 7] , en
[betrokkene 8]). [betrokkene 8] hield zich met [betrokkene 9] (hierna:
[betrokkene 9]) binnen het bedrijf Tomorrow Green Solutions B.V. (hierna:
TGS) bezig met de ontwikkeling van infrarood verwarmingspanelen. Deze panelen waren geen commercieel succes en TGS beschikte niet over de financiële middelen die nodig waren voor een verdere ontwikkeling van die panelen. [betrokkene 8] zag wel mogelijkheden en zocht daarom een externe investeerder.
Riantis), waarvan hij indirect bestuurder is, in de verdere ontwikkeling van de panelen te investeren. Riantis richtte daarvoor in mei 2016 Degree-n B.V. (hierna:
Degree-n) op, een vennootschap naar Nederlands recht. Riantis is enig aandeelhouder van Degree-n. [de N.V.] houdt de meerderheid van de aandelen in Riantis. [betrokkene 8] was tot 25 april 2017 enig bestuurder van Degree-n. In de periode 24 april 2017 tot 12 juni 2018 had Degree-n geen bestuurder. Vanaf 12 juni 2018 is Riantis bestuurder van Degree-n. Op 24 juni 2019 is Riantis in staat van faillissement verklaard.
eGalaxy) betrokken bij de ontwikkeling van de infrarood warmtepanelen.
[betrokkene 10]), gesproken over Degree-n en haar producten en over een mogelijke participatie van Techfront in de exploitatie van de D7-technologie.
LOI) en luiden, voor zover hier van belang en samengevat, als volgt.
Holding) en Degree-n Nederland B.V. (hierna:
Degree-n NL) opgericht. Safami houdt 50% van de aandelen in het kapitaal van Holding, Techfront 25% en Watergraafsmeer en De Duckenburg ieder 12,5%. Holding houdt alle aandelen in het kapitaal van Degree-n NL. Holding heeft op 25 februari 2019 voor een prijs van € 2.000.000 de activa van Degree-n gekocht. Met deze koopsom zouden de (handels)schulden van Degree-n worden gesaneerd.
De Haan q.q.) tot curator. In zijn faillissementsverslag is vermeld dat Holding de koopovereenkomst met Degree-n heeft vernietigd maar desondanks heeft getracht de verkoop van warmtepanelen - via een derde - te continueren en daarbij gebruikmaakt van het telefoonnummer, de website en de domeinnamen van Degree-n, welke rechten als gevolg van de vernietiging in de boedel vallen. Deze activa zijn op verzoek van De Haan q.q. getaxeerd en over de overname daarvan is vervolgens overeenstemming bereikt. Er is een bedrag c.q. schadevergoeding van € 7.500 op de boedelrekening voldaan.
2.Procesverloop
In eerste aanleg
rechtbank).
vonnis). [11] Daarin heeft zij, onder meer en kort gezegd:
hof). [14] Geïntimeerden zijn de onder 2.1 hiervoor in de hoofdtekst genoemde (rechts)personen.
Group A c.s.) een memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel genomen (hierna: de
MvA/MvG).
MvA i.a. 15 aug). Gelet op het voorblad vormt dit processtuk het antwoord op het incidenteel appel van zowel [betrokkene 1] en Safami als Group A c.s. Het hof maakt enkel gewag van dit processtuk, en wel in het tussenarrest van 26 september 2023 (alleen beschikbaar in het gefourneerde A-dossier), zie rov. 2.1, laatste gedachtestreepje. Dit roept de vraag op wat de status is van de twee memories van 1 augustus 2023 in het gefourneerde B-dossier. Gelet op het tussenarrest van 26 september 2023 houd ik het ervoor dat het hof alleen kennis heeft genomen van de MvA i.a. 15 aug. Ik zou daarom menen dat alleen dat processtuk onderdeel uitmaakt van de feitelijke grondslag in cassatie. In 24/03062 heb ik waar relevant de vindplaatsen in beide memories vermeld. In deze zaak verwijst Techfront c.s. naar de memorie die wel feitelijke grondslag heeft in cassatie, zodat ik alleen van dat processtuk uitga.
3.Bespreking van het principale cassatiemiddel
Safami, Group A en de familie [betrokkene 1]
groepsoptredenen van een eigen onrechtmatige daad van de deelnemer aan de groep. Alleen hij kan aansprakelijk zijn die wist of behoorde te begrijpen dat het groepsoptreden het gevaar schiep voor het ontstaan van schade zoals die in concreto is geleden (TM,
Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 663). Is aan het criterium niet voldaan dan bestaat geen aansprakelijkheid uit dezen hoofde.
De familie [betrokkene 1] en Group A hebben onweersproken gesteld dat zij niet inhoudelijk betrokken zijn geweest bij het traject dat heeft geleid tot de investeringsbeslissing van Techfront c.s. en daarin dus geen rol hebben gespeeld. Zij hebben zelfs nooit met Techfront c.s. gesproken. Techfront c.s. wijzen erop dat [betrokkene 2] , die jurist is, op verzoek van [betrokkene 1] de door hem met Techfront c.s. gemaakte afspraken in de LOI heeft vastgelegd. Dat betekent echter nog niet dat zij in de zin van art. 6:166 BW Pro in groepsverband met [betrokkene 1] heeft gehandeld. Evenmin kan de omstandigheid dat Group A het door [betrokkene 1] overgeboekte bedrag van € 500.000 op haar rekening gestort heeft gekregen als een handelen van Group A in groepsverband worden aangemerkt.
De vorderingen die Techfront c.s. tegen de familie [betrokkene 1] , Group A en Safami heeft ingesteld stranden dan ook wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing”.
Group A
in turba. [32] Ik verwijs naar het
TVM-arrest van de Hoge Raad, waaruit ook blijkt dat eenheid van tijd en plaats van de gedragingen niet is vereist om aansprakelijkheid op de voet van art. 6:166 lid 1 BW Pro aan te nemen. [33] In dit arrest zijn de onder 3.10 hiervoor opgesomde vereisten uit de Toelichting Meijers woordelijk opgenomen. [34] De Hoge Raad overweegt vervolgens:
vanuit groepsverband met [betrokkene 1] heeft bijgedragen aan het in het leven roepen van de kans op het ontstaan van schade voor Techfront c.s., welke kans Group A had behoren te weerhouden van deze gedragingen in groepsverband. De omstandigheid dat Group A het door [betrokkene 1] overgeboekte bedrag van € 500.000 op haar rekening gestort heeft gekregen, kan ter zake een relevante omstandigheid zijn, maar acht het hof blijkens rov. 5.35 zonder méér - welk meerdere het hof dus niet ziet, uitgaande van wat door Techfront c.s. feitelijk is onderbouwd - ontoereikend voor het aannemen van zo’n basis. Van belang daarbij is uiteraard ook ’s hofs vaststelling in rov. 5.35 (waartegen Techfront c.s. zich niet gericht keert) dat Group A [36] onweersproken heeft gesteld dat zij niet inhoudelijk betrokken is geweest bij het traject dat heeft geleid tot de investeringsbeslissing van Techfront c.s. en daarin dus geen rol heeft gespeeld, en dat zij zelfs nooit met Techfront c.s. heeft gesproken.
vanuit groepsverband met [betrokkene 1] heeft bijgedragen aan het in het leven roepen van de kans op het ontstaan van schade voor Techfront c.s., welke kans Group A had behoren te weerhouden van deze gedragingen in groepsverband. Dat lijkt de rechtbank ook wel te hebben onderkend, getuige het vervolg van die rov. 4.37 (wat daarvan verder zij, m.i. geeft de rechtbank daarin te gemakkelijk toepassing aan art. 6:166 lid 1 BW Pro). Dit leidt weer naar voornoemde omstandigheid, die het hof dus adequaat betrekt in rov. 5.35. Hieruit volgt dat het hof evenmin reden had in rov. 5.34-5.35 nader in te gaan op dat onderschrijven door Techfront c.s.