Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
18 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of Techfront c.s. aansprakelijk kon worden gehouden voor onrechtmatige daad op grond van groepsaansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 6:166 BW Pro. De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland met meerdere vonnissen tussen 2020 en 2022, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2023 en 2024 arresten heeft gewezen. Techfront c.s. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 7 mei 2024, terwijl Group A voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van Techfront c.s. beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Het voorwaardelijke incidentele beroep van Group A behoeft daardoor geen behandeling.
De Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep en veroordeelt Techfront c.s. in de kosten van het geding, begroot op €8.206 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek (voorzitter), ter Heide en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door ter Heide op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Techfront c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.