Conclusie
“medeplegen van witwassen”veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. [1] Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen van een drietal in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen (drie ‘bakens’). [2] Tot slot bevat het arrest enkele bijkomende, niet voor dit cassatieberoep relevante beslissingen.
Juridisch kader stappenplan witwassen (pleitnota 1ste aanleg)
Appelschriftuur 13 januari 2020
3.
Appellante is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van enig uit misdrijf verkregen geld zijnde het eerste vereiste waaraan dient te zijn voldaan alvorens uberhaupt de vraag aan bod komt of appellante wist – en daarmee (al dan niet in voorwaardelijke zin) opzet had op het feit dat deze gelden geheel of ten dele zouden zijn aangewend ten behoeve van de verbouwing c.q. (her)inrichting van het bedrijfspand aan de [a-straat 1] te [plaats] .
4.
Appellante stelt op basis van het vonnis, vast dat op voornoemd gevoerd verweer, waarbij een criminele herkomst van de door [betrokkene 2] gebezigde gelden gemotiveerd is betwist, in het geheel niet door de rechtbank is gerespondeerd Op p. 5 van. het bestreden vonnis overweegt de rechtbank enkel het volgende.
5.
Appellante is van oordeel dat noch haar verklaring op zitting omtrent de werkzaamheden van [betrokkene 2] noch het gebezigde sms-bericht d.d. 26 mei 2016 redengevend kunnen worden geacht bij de beantwoording van de vraag of de door [betrokkene 2] gebruikte contanten – die in zijn eigen strafzaak bekend onder parketnummer 01/993232-16 onder feit 5 werd vrijgesproken ter zake van witwassen – geheel of ten dele uit misdrijf afkomstig zijn. Integendeel. Blijkens voornoemde verweren zoals gevoerd in eerste aanleg is er sprake van een concrete verifieerbare (en geverifieerde) verklaring. Uit het (…) citaat van de rechtbank blijkt overigens dat de rechtbank appellante heeft gevraagd naar waar [betrokkene 2] "zijn geld, mee verdiende". De vraagstelling had derhalve geen betrekking op leningen, erfenissen en schenkingen die redengevend zijn voor de contanten waar [betrokkene 2] over kon beschikken en waar door [betrokkene 2] zelf ook over is verklaard.
6.
Op het gevoerde verweer ten aanzien van dit punt is door de rechtbank in het geheel niet gerespondeerd. De criminele herkomst is door de rechtbank naar het oordeel van appellante aangenomen c.q. verondersteld in plaats dat deze is vastgesteld. Het vonnis ten aanzien van de bewezenverklaring bij feit 1 subsidiair is daarmee naar het oordeel van appellante onvoldoende gemotiveerd.
Aanvullend standpunt hoger beroep
“tezamen en in vereniging met een ander (…) geldbedragen (…) heeft omgezet, terwijl zij (…) en haar mededader wisten, dat voornoemd geldbedrag (…)afkomstig was uit enig misdrijf(onderstreping mijnerzijds)”.
“(g)elet op de illegale wijze waarop de medeverdachte destijds zijn inkomen verwierf en het ontbreken van aantoonbare legale inkomsten in die tijd door hem, voormelde contante betalingen (worden) gezien als het witwassen van met de drugshandel/misdrijf verdiende geld”(zie onder randnummer 8). [4]
medeplegerbij de bewezen verklaarde witwashandelingen betrokken is geweest, ontoereikend heeft gemotiveerd.