Conclusie
Inleiding
Het eerste en het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Nadere bewijsoverweging
Beste [verdachte] ,
u moet een vergunning hebben om dit product te mogen gebruiken
u dient een eindverbruikersverklaring in te vullen en te ondertekenen namens uw bedrijf
wij moeten een kopie ontvangen van een geldig ID bewijs. Dit alles daar dit product valt onder de wetgeving voor drugs precursoren en wij derhalve gebonden zijn aan strenge, wettelijke regels voor het verkopen van deze grondstof.
Strikt vertrouwelijk !!!!!
Dag [verdachte] ,
Goede middag
Goede middag.
Goede middag.
Hallo [verdachte] ,
Spoed!!!
Oke
De verklaring van cliënt
bedenkingen’ zaten die hij richting [E] uitte. Cliënt wordt in dit onderzoek gezien als een deskundige, een geleerde in chemische stoffen. Maar dat is hij niet. Hij is een commerciële handelaar en wil, plat gezegd, marge pakken. Dat is zijn verdienmodel. Marge vergroot je door het verschil tussen de voor- en achterkant zo groot mogelijk te maken.
ze’ en niet over ‘
hij’ waarmee dan [betrokkene 18] werd bedoeld. De opstelling werd ook voor [verdachte] opgezet.
niet bestaand(cursivering van mij, A-G) registratienummer staat vermeld en waarin staat dat het product enkel voor “agrarische tuinbouw” wordt gebruikt. Wanneer blijkt dat [F] de azijnzuuranhydride voorlopig niet kan leveren, benadert de verdachte [D] N.V. Bij deze leverancier plaatst de verdachte uiteindelijk driemaal een bestelling. In de eindgebruikersverklaringen die de verdachte bij de bestellingen heeft meegestuurd staat dat de azijnzuuranhydride enkel en alleen voor “het schoonhouden van leidingen in de tuinbouwgroentenproductie” gebruikt zal worden.
NJ2014/487, m.nt. Keijzer en HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:977 – geen nadere omstandigheden vastgesteld waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat hij een fout maakte en desalniettemin de bestellingen doorzette. In de toelichting op het middel wordt in dat verband gewezen op hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd, namelijk dat de verdachte met de medeverdachte [medeverdachte] van [A] B.V. ná februari 2017 – en dus nadat de verdachte per mail had uitgesproken dat hij “bedenkingen” had – heeft besproken dat de azijnzuuranhydride niet zou worden gebruikt voor de productie van drugs en dat [medeverdachte] in zijn verklaring bij de politie zou hebben bevestigd dat hij de verdachte voor de gek heeft gehouden. De steller van het middel meent dat het hof zijn oordeel dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat de geleverde azijnzuuranhydride voor de productie van heroïne was bestemd ook bewust heeft aanvaard, niet voldoende heeft gemotiveerd in het licht van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging.
Het derde cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Slotsom